door keyzplayer » vr 05 apr 2019, 14:03
Om met een UV-VIS spectrofotometer een concentratie te kunnen bepalen moet je het verband weten tussen de concentratie van een stof en de extinctie (Absorbance in het engels). Stel je hebt twee stoffen, A en B, en beiden absorberen bij dezelfde golflengte. Dan kun je je twee ijklijnen voorstellen. Laten we voor het gemak maar even stellen dat beide stoffen exact evenveel licht absorberen . Van beide stoffen maak je en standaardoplossing van 100 mg/mL in water. Je meet de extinctie van water, de standaardoplossing A en de standaardoplossing B. Stel dat je voor beide oplossingen een extinctie vindt van 1.
Dan heb je voor zowel A als B een ijklijn van 0 tot 100 mg/mL door de punten (0,0) en (0,1).
Als je nu een onbekende oplossing hebt en deze heeft een extinctie van 0.5, zit er dan 50 mg A/100mL in, of 50 mg B/100 mL in of is het een oplossing van 25 mg A en 25 mg B/100 mL? Of 10 mg A en 40 mg B/100mL? Dat weet je dus niet.
Een spectrofotometer meet bij een bepaalde golflengte de totale extinctie en maakt zelf geen onderscheid tussen stof A of B. Als je een situatie hebt waarbij beide stoffen bij de zelfde golflengte absorberen heb je dus een probleem.
Meestal ga je de verbindingen dan op bijvoorbeeld een HPLC-kolom scheiden om vervolgens door een UV-VIS detector de verbindingen te kantificeeren.
Om met een UV-VIS spectrofotometer een concentratie te kunnen bepalen moet je het verband weten tussen de concentratie van een stof en de extinctie (Absorbance in het engels). Stel je hebt twee stoffen, A en B, en beiden absorberen bij dezelfde golflengte. Dan kun je je twee ijklijnen voorstellen. Laten we voor het gemak maar even stellen dat beide stoffen exact evenveel licht absorberen . Van beide stoffen maak je en standaardoplossing van 100 mg/mL in water. Je meet de extinctie van water, de standaardoplossing A en de standaardoplossing B. Stel dat je voor beide oplossingen een extinctie vindt van 1.
Dan heb je voor zowel A als B een ijklijn van 0 tot 100 mg/mL door de punten (0,0) en (0,1).
Als je nu een onbekende oplossing hebt en deze heeft een extinctie van 0.5, zit er dan 50 mg A/100mL in, of 50 mg B/100 mL in of is het een oplossing van 25 mg A en 25 mg B/100 mL? Of 10 mg A en 40 mg B/100mL? Dat weet je dus niet.
Een spectrofotometer meet bij een bepaalde golflengte de totale extinctie en maakt zelf geen onderscheid tussen stof A of B. Als je een situatie hebt waarbij beide stoffen bij de zelfde golflengte absorberen heb je dus een probleem.
Meestal ga je de verbindingen dan op bijvoorbeeld een HPLC-kolom scheiden om vervolgens door een UV-VIS detector de verbindingen te kantificeeren.