Je hebt het hier wsch over oefeningen om een stelsel van n vergelijkingen met n onbekenden op te lossen.
Doorgaans zal n=2 of n=3 zijn.
Als n=2 wil je dan naar een stelsel in de vorm:
\(\left\{ \begin{array}{l l} a\cdot x_1 + b \cdot x_2 & = c\\ d \cdot x_1 + e \cdot x_2 & = f \end{array} \right.\)
waarin a, b, c, d, e en f gegeven constanten zijn, en waarin x1 en x2 twee onbekende variabelen zijn waarvan je de waarden wil bepalen.
In matrixvorm schrijf je dit stelsel als
\(\begin{bmatrix} a & b\\ d & e \end{bmatrix} \cdot \begin{bmatrix} x_1\\ x_2 \end{bmatrix} = \begin{bmatrix} c \\ f \end{bmatrix}\)
of nog korter:
\(\left[ \begin{array}{cc|c} a & b & c\\ d & e & f\end{array} \right]\)
Omzetting van het stelsel naar de matrixvorm zal wsch geen problemen geven.
Maar nu nog de stap van opgave naar vergelijkingen:
- zoek eerst hoeveel onbekenden er zijn en welke dat zijn
- zoek vervolgens in je opgave naar de vergelijkingen die je met die variabelen kunt opstellen
In je voorbeeld:
Hier wordt gevraagd "Hoeveel auto’s zal men per week produceren van elk model".
Er zijn 2 modellen, A en B, noem de aantallen van A = nA en de aantallen van B = nB, dan zoek je de waarden van nA en nB.
Dit zijn dus je 2 onbekenden waarvan we de waarde willen bepalen (vergelijkbaar met x1 en x2 hierboven).
Nu nog de vergelijkingen met nA en nB erin:
[1] In je opgave staat:
"Men verwacht dat er op 100 auto’s 60 van model A en 40 van model B zullen worden verkocht"
dus
\(n_A:n_B = 60 : 40\)
of (als je het liever zo schrijft):
\(\frac{n_A}{n_B} = \frac{60}{40}\)
Kan je deze vergelijking omschrijven naar een vorm
\(a \cdot n_A + b \cdot n_B = c\)
en wat zijn de waarden van a, b en c?
[2] in je opgave staat ook:
"voor de assemblage zijn per stuk resp. 56 en 91 manuren nodig"
De tijd t (in manuren) nodig om nA en nB auto's te maken is dus
\(t = 56 \cdot n_A + 91 \cdot n_B\)
Nu is bovendien het beschikbare aantal manuren ook gegeven:
"In de afdeling werken 350 arbeiders die 36 uren per week werken"
Welke waarde heeft t dus?
Kan je deze vergelijking omschrijven naar een vorm
\(d \cdot n_A + e \cdot n_B = f\)
en wat zijn de waarden van d, e en f?
Kan je nu nA en nB oplossen uit dit stelsel?