Het shrijven van reacties zowel moleculair als ionair heb ik niet helemaal begrepen. Ik weet niet welke deel van de molecule gaat reageren met een andere verbinding om dan zo de reactie te kunnen schrijven. Een voorbeeld:
Hydrolyse reactie:
Voorbeeld 1:
calciumoxide + water:
CaO + H2O Ca(OH)2
In mijn cursus staat er dan je oxides/gassen/slechte oplosbare zouten/ slechte zuren en basen altijd Moleculair moet schrijven.
Dus zou ik niets veranderen aan bovenstaande moleculaire reactie (want je ziet geen negatieve ladingen)
Voorbeeld 2:
Natriumoxide + water
Na2O + H2O 2Na(OH)
In deze voorbeeld is NaOH een sterke base, dus staat er dat ik die ionair moet schrijven:
Na2O +H2O 2OH-
Er ontbreekt iets en heb geen idee wat het is, Dank voor alle hulp!
Vrede
De bron van kennis is waarheden niet toe te schrijven aan het toeval. - Hamza Ibn Abu Musa
Inderdaad, dit is de reactievergelijking die je moet krijgen.
Moslim schreef:Maar wat met datgene wat in cursus staat, namelijk dat je oxides moleculair moet schrijven? (Ik denk dat natriumoxide een oxide is)
ik interpreteer dit op de verkeerde manier ...
Een in water oplosbaar metaaloxide vormt met water een oplosing die naast de metaalionen ook hydroxide-ionen bevat. Je schrijft het oxide gewoon als een verhoudingsformule van het metaalion en het oxide-ion. In het geval van natriumoxide ga je uit van het gegeven dat het natriumion een lading 1+ heeft en het oxide-ion de lading 2-. Omdat de som van de ionladingen 0 moet zijn krijg je Na2O als de formule voor natriumoxide.
"Mathematics is a gigantic intellectual construction, very difficult, if not impossible, to view in its entirety." Armand Borel
Hier klopt helaas maar vrij weinig van. Van veel stoffen zijn de molecuulformules fout, en bij veel reacties is de lading niet in balans.
Gebruik Binas of een ander tabellenboek om de juiste molecuulformules te achterhalen. Zorg er vervolgens voor dat voor en na de pijl dezelfde hoeveelheid lading staat. (hint: bij al deze reacties is de totale lading van alle deeltjes voor en na de pijl gelijk aan 0)
Helaas, het klopt nog steeds van geen kant. Een deel staat nu niet goed vanwege (waarschijnlijk) een onhandig gebruik van de chem-tag, maar een groot deel klopt gewoon niet.
Je hebt in ieder geval wel de molecuulformule van natriumperoxide goed. Maar daarna ga je heel erg de mist in. Er staat gegeven dat er reacties met water optreden. Daar moet je dus geen H+ of OH- bijhalen.
Je moet dus niet de ontstane stoffen laten reageren met H+ og OH[sp]-[/sup], onder de vorming van H2O, maar je moet ze laten reageren met H2O. Wat daarbij ontstaat mag je zelf bedenken.
Als voorbeeld natriumperoxide: Dat is een zout en bestaat uit Na+ en O22- ionen. Het is een natriumzout, dus goed oplosbaar, en het valt bij oplossen dus uiteen in de losse ionen. Je kunt dus opschrijven:
Na2O2 --> 2 Na+ + O22-
Nu is het zo dat het O22- ion een zwakke base is. Van alle zwakke basen is het wel een van de sterkere, dus verloopt er ook deels nog een zuur-basereactie met water:
O22- + H2O <--> HO2- + OH-
Merk op dat de laatste reactie een evenwichtsreactie is en niet volledig verloopt.
In de reactie tussen zwaveltrioxide en water ontstaat inderdaad H2SO4. Dat is echter een sterk zuur en splitst in water in H+ en HSO4-. De volledige reactie is dus
SO3 + H2O --> H+ + HSO4-
Bij sommige opleidingen wordt aangeleerd om H3O+ te schrijven i.p.v. H+. Beide komen op hetzelfde neer, alleen moet je in het geval van H3O+ nog een extra H2O schrijven aan de linkerkant van de pijl.
Bij sommige andere opleidingen wordt aangeleerd dat H2SO4 een tweewaardig sterk zuur is. Met andere woorden, dat H2SO4 altijd splitst in 2 H+ en SO42-. Dat is niet zo, maar wanneer iemand zo'n opleiding zou volgen, dan wordt de reactievergelijking:
SO3 + H2O --> SO42- + 2 H+
Verder: fosfor(V)oxide is P2O5. Ik snap wel een beetje hoe je bij PO3- komt, maar dat ion heet toch echt fosfiet.
De rest van je vragen betreffen basiskennis. Dit subforum is niet de plaats om dat te reproduceren. Sla je boek erop na, zou ik zeggen.