Drielingparadox vanuit het perspectief van de ART
Geplaatst: di 14 dec 2021, 00:13
In dit topic wil ik de drieling paradox van Zoeff (viewtopic.php?t=213126) op een alternatieve manier bekijken, meer geïnspireerd op de ART. Ik werk met een referentie frame vastgepind aan één van de ruimtereizigers. Ik plaats dit in een apart topic omdat dit los staat van de insteek in het andere topic.
Mijn drielingbroer en ik vertrekken met een ruimteschip vanop aarde: ik naar links en mijn tweelingbroer naar rechts. Mijn drielingzus blijft op aarde. Na een reis van een paar lichtjaren zetten mijn tweelingbroer en ik de raketmotoren van ons ruimteschip op om terug naar huis te keren. Wanneer we terug thuis zijn, zijn mijn drielingbroer en ik even oud. Onze drielingzus is ouder.
Tijdens deel 1 van de reis voor de ommekeer bewegen mijn zus en mijn broer weg van mij. Ik bekijk alles vanuit een referentiestelsel dat met mij meebeweegt. Vanuit mijn standpunt gaat voor mijn broer de tijd trager dan voor mezelf. Ook voor mijn zus gaat in mijn waarneming de tijd trager dan voor mezelf. Dan komen we bij het ommekeer punt. Om terug te keren naar de aarde moeten mijn broer en ik elk de raketten van ons ruimteschip in werking stellen.
Ik denk nu verder vanuit het standpunt van mezelf. Ik zet mijn raketmotor aan, maar voor mij lijkt het alsof mijn ruimteschip stil staat Om te geloven dat mijn ruimteschip stil staat, moet ik echter een fictief gravitatie veld introduceren. Dit is perfect te vergelijken met centrifugal krachten en Coriolis krachten die ingevoerd worden in de klassieke mechanica om de tweede wet van Newton in ere te houden. Ik voel immers de versnelling die mij op mijn zetel drukt. Vanuit dit standpunt kan je stellen dat ik stil sta doordat mijn raketmotoren het fictief gravitatieveld tegenwerken.Zelf heb ik als reiziger in mijn ruimteschip het gevoel dat dit gravitatieveld ook inwerkt op de aarde en op de rest van het ujniversum voor mij. Dat is de reden waarom de aarde naar mij toe versnelt.
Gravitatie heeft invloed op het verloop van de tijd. In een deel van de ruimte waar het gravitatieveld overall dezelfde sterkte heeft, geldt dat de mate waarin de ene klok sneller loopt dan de andere afhankelijk is van hoever de klokken van elkaar verwijderd zijn in de richting van het gravitatieveld. Er is een pseudo-gravitationele tijddilatatie in de zin dat als je een ggrotere pseudo-gravitationele potentiele energie hebt, de tijd sneller gaat. Op het ogenblik dat ik de raketten opzet, ben ik ver verwijderd van mijn broer. Daarom dat ik het gevoel heb dat voor mijn broer de tijd veel sneller loopt dan voor mij. Ook mijn zus is ver verwijderd van mij, zij het half zo ver. Daarom dat ik het gevoel heb dat voor mijn zus de tijd veel sneller loopt dan voor mij, zij het minder fel vergeleken met mijn broer.
Het is alleen maar gedurende de korte periode dat de raketten opstaan dat dit gravitatie veld er is. Voor de rest van de tijd, wanneer de raketten afstaan zal de tijd op aarde en de tijd bij mijn broer en zus terug trager verlopen. De versnelling van de tijd tijdens de acceleratie fase compenseert het tragere verloop van de tijd zoals ik het door het relativistisch effect zij bij mijn broer. Terug op aarde zijn we allebei even oud. Beiden zijn we echter jonger dan onze zus.
Aangezien het imaginair gravitatieveld uniform is, is de ruimte niet gekromd en is de Riemann tensor nul. Er is dus geen gevorderde algemene relativiteit nodig om het probleem vanuit dit perspectief te bekijken.
Mijn drielingbroer en ik vertrekken met een ruimteschip vanop aarde: ik naar links en mijn tweelingbroer naar rechts. Mijn drielingzus blijft op aarde. Na een reis van een paar lichtjaren zetten mijn tweelingbroer en ik de raketmotoren van ons ruimteschip op om terug naar huis te keren. Wanneer we terug thuis zijn, zijn mijn drielingbroer en ik even oud. Onze drielingzus is ouder.
Tijdens deel 1 van de reis voor de ommekeer bewegen mijn zus en mijn broer weg van mij. Ik bekijk alles vanuit een referentiestelsel dat met mij meebeweegt. Vanuit mijn standpunt gaat voor mijn broer de tijd trager dan voor mezelf. Ook voor mijn zus gaat in mijn waarneming de tijd trager dan voor mezelf. Dan komen we bij het ommekeer punt. Om terug te keren naar de aarde moeten mijn broer en ik elk de raketten van ons ruimteschip in werking stellen.
Ik denk nu verder vanuit het standpunt van mezelf. Ik zet mijn raketmotor aan, maar voor mij lijkt het alsof mijn ruimteschip stil staat Om te geloven dat mijn ruimteschip stil staat, moet ik echter een fictief gravitatie veld introduceren. Dit is perfect te vergelijken met centrifugal krachten en Coriolis krachten die ingevoerd worden in de klassieke mechanica om de tweede wet van Newton in ere te houden. Ik voel immers de versnelling die mij op mijn zetel drukt. Vanuit dit standpunt kan je stellen dat ik stil sta doordat mijn raketmotoren het fictief gravitatieveld tegenwerken.Zelf heb ik als reiziger in mijn ruimteschip het gevoel dat dit gravitatieveld ook inwerkt op de aarde en op de rest van het ujniversum voor mij. Dat is de reden waarom de aarde naar mij toe versnelt.
Gravitatie heeft invloed op het verloop van de tijd. In een deel van de ruimte waar het gravitatieveld overall dezelfde sterkte heeft, geldt dat de mate waarin de ene klok sneller loopt dan de andere afhankelijk is van hoever de klokken van elkaar verwijderd zijn in de richting van het gravitatieveld. Er is een pseudo-gravitationele tijddilatatie in de zin dat als je een ggrotere pseudo-gravitationele potentiele energie hebt, de tijd sneller gaat. Op het ogenblik dat ik de raketten opzet, ben ik ver verwijderd van mijn broer. Daarom dat ik het gevoel heb dat voor mijn broer de tijd veel sneller loopt dan voor mij. Ook mijn zus is ver verwijderd van mij, zij het half zo ver. Daarom dat ik het gevoel heb dat voor mijn zus de tijd veel sneller loopt dan voor mij, zij het minder fel vergeleken met mijn broer.
Het is alleen maar gedurende de korte periode dat de raketten opstaan dat dit gravitatie veld er is. Voor de rest van de tijd, wanneer de raketten afstaan zal de tijd op aarde en de tijd bij mijn broer en zus terug trager verlopen. De versnelling van de tijd tijdens de acceleratie fase compenseert het tragere verloop van de tijd zoals ik het door het relativistisch effect zij bij mijn broer. Terug op aarde zijn we allebei even oud. Beiden zijn we echter jonger dan onze zus.
Aangezien het imaginair gravitatieveld uniform is, is de ruimte niet gekromd en is de Riemann tensor nul. Er is dus geen gevorderde algemene relativiteit nodig om het probleem vanuit dit perspectief te bekijken.