Tunneling
======
beschouw een elektron met energie E.
Deze nadert een potentiaalberg met hoogte V > E.
ik weet niet of je dit goed kan voorstellen maar als je een tekening maakt ziet het er ongeveer uit zoals dit
uit de kwantummechanica weten we (indien niet, nemen we dit aan) dat een deeltje aan de Schrödingervergelijking voldoet. Deze heeft een "golfkarakter". Tis nogal vervelend om dit allemaal uit te werken, ik leg kort het principe uit. (zoals ik het gezien heb en dus kunnen er zeker en vast fouten in zitten)
Eerst en vooral is het belangrijk de waarschijnlijkheidsdichtheid te definieren:
De waarschijnlijkheidsdichtheid
\(|\chi|^{2}\)
is de maat voor waarschijnlijkheid dat een deeltje op een bepaalde plaats aan te treffen is. Daarvoor bestaan natuurlijk voorwaarden (integratie over heel het domein geeft 1 als oplossing, zodat je een kansdistributie hebt). Die
\(\chi\)
is erg algemeen: ze kan complex zijn, reeel, ... Een betekenis voor
\(\chi\)
bestaat niet, maar wel voor
\(|\chi|^{2}\)
dus (nl. waarschijnlijkheidsdichtheid). De
\(\chi\)
wordt wel vaak weergegeven, op de tekening hierboven ook, eigenlijk was ik niet erg tevreden met de tekening, maar ik vind niet beter. De
\(\chi\)
is dus die sinusvormige curve (en een stukje exponentieel dalend in het blokje)
Voor de functie
\(\chi\)
geldt volgende vergelijking (Schrodingervergelijking)
\(pafgeleide{^{2}\Psi(x,t)}{x^{2}}=\frac{1}{v^{2}}pafgeleide{^{2}\Psi(x,t)}{t^{2}}\)
aangevuld met randvoorwaarden etcetera...
ik weet niet of je deze info echt allemaal nodig hebt.
Terug naar ons probleem, die elektron die naar die potentiaalberg (=blokje op de tekening) gaat.
Klassiek gezien kan je niet door die potentiaalberg, het elektron heeft te weinig energie.
Maar via de theorie van kwantummechanica en in het bijzonder die van de Schrödingervergelijking, bekom je een bizar resultaat: Er is een eindige kans om het elektron aan te treffen ná de potentiaalberg. Het is dus mogelijk dat het elektron wél door die potentiaalberg "tunnelt".
Ik weet niet of je dit verstaat, (geen idee op welk niveau je natuurkunde hebt...)
dus het komt erop neer dat een elektron ergens doorkan, waar ge eigenlijk zou verwachten dat ie niet door kan.
Hoe pas je dit nu toe om een transistor te maken (die ofwel iets door laat ofwel niets doorlaat).
Tkomt erop neer dat je twee potentiaalbergen vrij kort op elkaar brengt.
Nu is het zo dat de energie tussen die twee potentiaalbergen gekwantiseerd is, er zijn dus energieniveau's die van elkaar te onderscheiden zijn, het is geen continuum (zoals klassiek je altijd aanneemt). Ook is er een laagste energieniveau, en die is NIET nul. Wanneer het elektron door de eerste potentiaalberg tunnelt, moet hij zeker genoeg energie hebben om overeen te komen met het laagste energieniveau.
de truc is nu om de energie tussen die potentiaalbergen zo te kiezen dat het elektron er helemaal kan doortunnelen, dus door beide potentiaalbergen... hoe ge dit doet, das voor andere keer, als ge dit +/- snapt,
mvg
Andy