Rechts(on)zekerheid omtrent (schijn)zelfstandigheid

Verlanglijst Delen
Deel je boek
Deel je boek
Deel op social media

📚 Samenvatting boek:

De kwestie van schijnzelfstandigheid is bijna net zo oud als het arbeidsrecht zelf. Door simpelweg de overeenkomst te kwalificeren, kunnen de contractpartijen bepalen of de arbeids- en socialezekerheidswetgeving van toepassing is. Het dwingende karakter van het sociaal recht, gecombineerd met een feitelijke toetsing van de kwalificatie, geeft de rechter de mogelijkheid om de intentie van de partijen te corrigeren. De kritiek op deze aanpak benadrukte vooral de mogelijke onzekerheid waarmee contractpartijen te maken konden krijgen. Deze kritiek werd verder versterkt door een cassatierechtspraak die geleidelijk meer waarde hechtte aan de intentie van de contractpartijen, de kwalificatie van de overeenkomst en andere formele aspecten van de arbeidsrelatie. De wetgever reageerde op deze ontwikkelingen door in de Programmawet van 27 december 2006 een systeem te ontwikkelen dat meer duidelijkheid moest bieden aan de contractpartijen over de juridische aard van hun arbeidsrelatie. Hierbij werden structuren en procedures geïntroduceerd om de instrumenten voor het bepalen van de aard van de arbeidsrelatie te verfijnen en daarmee meer zekerheid te bieden. “Rechts(on)zekerheid omtrent (schijn)zelfstandigheid” biedt een grondige analyse van de Arbeidsrelatiewet in relatie tot de juridische context. De auteurs van dit boek belichten de tekortkomingen en tegenstrijdigheden in het nieuwe wettelijke kader. Ook de gespannen relatie tussen de fundamentele civielrechtelijke principes van het contractenrecht (art. 1134 BW) en de doelstellingen van het sociaal recht wordt hierbij duidelijk besproken.

Taal : Nederlands