Liedekens vol gheestlich confoort
📚 Samenvatting boek:
Rond het jaar 1526 groeide in de Nederlanden een grote interesse voor de Bijbel in de volkstaal. Tussen 1522 en 1530 werden maar liefst 25 volledige Nederlandse edities van de Heilige Schrift uitgebracht. De herontdekking van de Bijbel door de zogenaamde sacramentariërs – de hervormers uit de eerste fase van de Reformatie (1525-1545) – leidde tot de ontwikkeling van een nieuwe vorm van poëzie: het Schriftuurlijke lied. De vroegste van deze liederen waren martelaarsliederen, die een emotioneel protest vormden tegen de publieke executies van de volgelingen van de nieuwe leer. Dichters uitten hun gevoelens van woede, angst en verdriet, maar ook hoop – de liederen waren ondanks alles optimistisch van toon – door zich te baseren op Bijbelse teksten. Omdat veel gelovigen moesten vluchten, verspreidden de liederen zich wijd en zijd. In de jaren vijftig waren er zoveel liederen in omloop dat drukkers begonnen met het uitgeven van verzamelbundels. De opeenvolgende drukken en herdrukken van deze bundels weerspiegelden de voortgang van het hervormingsproces. In de boeiende en goed geschreven studie van Hofman staan 21 van deze liedbundels centraal. Zijn beschrijvingen van de inhoud, de opbouw en het gebruik van de liederen, zijn analyse van de relaties tussen hervormde en katholieke liederen en tussen doopsgezinde en sacramentarisch-gereformeerde-calvinistische liedbundels, evenals zijn onderzoek naar de Bijbelse verwijzingen, bieden tal van nieuwe inzichten in het ontstaan van deze liederen, hun inhoudelijke ontwikkeling en de literaire en historische betekenis van deze lyriek.