Het slavenschip Leusden
📚 Samenvatting boek:
Op nieuwjaarsdag 1738 leed het slavenschip Leusden van de West-Indische Compagnie (WIC) schipbreuk bij de monding van de Marowijnerivier in Suriname. Van de 716 gevangenen die in Afrika aan boord waren gekomen, overleefden slechts 16 de ramp. Ondanks dat dit zonder twijfel de grootste tragedie in de Nederlandse scheepvaartgeschiedenis is, blijft de gebeurtenis grotendeels onbekend. De Leusden was een van de laatste WIC-schepen die slaven vervoerden en het enige dat volledig voor slavenhandel was gebouwd. Gemiddeld vervoerde het schip per reis 660 slaven, allemaal geketend en dicht op elkaar gepakt, naar het Caribisch gebied. Op zee veranderden slavenschepen in drijvende gevangenissen met een streng en wreed regime. Door de ongezonde omstandigheden in het scheepsruim, waar ziektes vrij spel hadden, overleefden veel slaven de overtocht niet. Tussen haar eerste reis in 1720 en haar ondergang in 1738 maakte de Leusden in totaal 10 slaventochten, waarbij slechts 73% van de slaven levend aankwam. Tot nu toe is er bijzonder weinig onderzoek gedaan naar de specifieke schepen die de trans-Atlantische slavenhandel uitvoerden. Het is mogelijk dat morele verontwaardiging of schaamte over slavernij objectief onderzoek heeft bemoeilijkt. Leo Balai ontdekte echter verschillende onbekende bronnen die inzicht geven in het dagelijkse leven aan boord van slavenschepen.