De dove persoon, zijn gebarentaal en het dovenonderwijs
📚 Samenvatting boek:
Doven vormen een minderheidsgroep binnen de horende maatschappij. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van een eigen taal en cultuur, evenals unieke onderwijssystemen en andere instellingen. Dit boek geeft antwoord op tal van vragen over de geschiedenis en de achtergrond van de dovengemeenschap. Waarom wordt gebarentaal pas sinds het einde van de 20e eeuw als een volwaardige taal erkend? Bestond er vroeger geen gebarentaal, of werd deze simpelweg niet erkend? Hoe werd er in de Oudheid tegen dove personen aangekeken en hoe heeft deze opvatting zich ontwikkeld? Waar en op welke manier is het onderwijs voor doven ontstaan? Wat houdt de methodestrijd binnen het dovenonderwijs in en wie waren daarbij betrokken? Wanneer en op welke wijze zijn dovenclubs ontstaan? Hebben zij zich ooit verenigd in een federatie en welke politieke invloed had deze? Hoe staat het tegenwoordig met de dovengemeenschap en -cultuur? Mensen die persoonlijk of professioneel met doven te maken hebben, vinden in dit boek de antwoorden. Uiteraard is dit boek ook geschreven voor dove mensen zelf, als een overzicht van hun ‘Vaderlandse Geschiedenis’ – de geschiedenis van de dovengemeenschap. Dit is het eerste deel in de reeks Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap tot de jaren 1980. Maurice Buyens, zoon van dove ouders, groeide op in de dovenwereld. Al van jongs af aan was hij betrokken bij het dovenverenigingsleven, gaf les aan doven en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Decennialang was hij wekelijks aanwezig bij de bijeenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados-Fénasomuc en medeoprichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Bovendien richtte hij de doventolkenschool in Gent op, evenals het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, Indogo vzw en het Dovencentrum Emmaus in Ledeberg. De dovenwereld was en is zijn leefwereld.