‘Het is thans zeer briljant’
📚 Samenvatting boek:
Rond het jaar 1800 vond de transitie plaats van de Verenigde Republiek en de Bataafse tijd naar het Koninkrijk der Nederlanden. Zwolle en andere steden evolueerden van onafhankelijke stadsrepublieken naar ondergeschikte gemeenten. Onder het bewind van Lodewijk Napoleon, Napoleon en Willem I, vervaagden de patriottistische ambities voor lokale democratische hervormingen. Desondanks bloeide het openbare leven op: het was een aaneenschakeling van bals, concerten, muziekavonden, diners en feesten. Jean Streng schildert een levendig beeld van het culturele leven in Zwolle. Hij introduceert enkele Zwolse inwoners die, naast hun beroep, actief waren in de literaire en beeldende kunst. Vervolgens beschrijft Streng de nieuwe vormen van sociale interactie: ‘het leerzaam gezelschap van braave Vrinden’ dat ‘ijver aanwakkerde, de Kunsten deed bloeien en de Wetenschappen deed groeien’. Sociëteiten, het Zwolse departement van de Oeconomische Tak, de vrijmetselarij, de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, literaire gezelschappen en de vereniging Odeon waren besloten mannenbolwerken. Vrouwen namen ook actief deel aan het openbare leven. De ernst van het leven komt naar voren in thema’s als sentimentalisme, het streven naar perfectie, huwelijk en gezin, de rol van de vrouw, de politieke en sociale orde, begrafenissen en begraafplaatsen, natuur en religie, landschapsschilderingen en het leven buiten. De monumenten uit deze periode – van papier, marmer en gietijzer – tonen wie de Zwollenaren belangrijk vonden. Dit waren niet alleen nationale helden, maar ook de prominente Zwolse dichter Rhijnvis Feith. Tot slot onderzoekt Streng kort wat Zwollenaren hebben bijgedragen aan de Nederlandse cultuur en hoe ontvankelijk Zwolle was voor invloeden van buitenaf.