Ze kunnen het niet zeggen
📚 Samenvatting boek:
Het streven naar autonomie is een belangrijk kwaliteitscriterium in de zorg en een nationaal ideaal. Toch is het niet altijd vanzelfsprekend, vooral niet voor mensen met een ernstige verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag (EVB+), waar dit boek over gaat. Voor hen lijkt autonomie praktisch bijna onmogelijk en theoretisch ingewikkeld. Echter, uit het empirisch onderzoek dat in dit boek levendig wordt beschreven, blijkt dat autonomie in de praktijk wel degelijk kan worden bevorderd. Dit gebeurt door creatieve en toegewijde zorgverleners die tijdens alledaagse handelingen autonomie op tientallen manieren stimuleren. Het doel is om mensen met EVB+ te ondersteunen bij een leven dat bij hen past en hen goed doet, een leven waarin zij zichzelf kunnen zijn. Minder beperkingen en meer controle over hun leven zijn mogelijk. Dergelijke autonomie moet echter ontdekt worden, want het is niet vanzelfsprekend. De studie toont aan wat hiervoor nodig is: zorgverleners moeten actief bezig zijn, relationele veiligheid bieden, openstaan voor het verkennen van iemands mogelijkheden met respect voor hun kwetsbaarheid, en daarbij steun en ruimte binnen de organisatie krijgen. Theoretisch is er behoefte aan een nieuw begrippenkader, een herzien idee van professionaliteit, en vooral meer waardering voor de kennis en vaardigheden van de praktijkmensen. Ook moet het denken over kwaliteit breder worden georiënteerd. Dit vernieuwde denken over autonomie is ook waardevol voor de (bijzondere) jeugdzorg, de geestelijke gezondheidszorg, de psychiatrie en bijvoorbeeld in de zorg voor mensen met dementie, niet-aangeboren hersenletsel, of anderen die moeilijk te begrijpen zijn.