Hitlers kunstenaarsziel

Categorie: Geschiedkunde
Verlanglijst Delen
Deel je boek
Deel je boek
Deel op social media

📚 Samenvatting boek:

De jonge Adolf Hitler werd twee keer geweigerd voor een opleiding aan de Kunstacademie in Wenen. Door geldgebrek moest hij zijn brood verdienen als schilder. Hoewel Hitler geen uitzonderlijk schilder was, had hij wel een artistieke aanleg. Hij ontwierp de symbolen van zijn partij, maakte de bouwtekening voor de Berghof – zijn woning in de Beierse Alpen – en creëerde decors voor opera’s. Daarnaast maakte hij nauwkeurige schetsen van gebouwen en monumenten. Hitlers smaak in kunst was uiterst conservatief. Hij beschouwde moderne kunstenaars als ‘kladschilders’ en geloofde dat de kunst al sinds 1910 aan het verloederen was. Toen hij eenmaal aan de macht was, beval hij dat honderden werken van vooruitstrevende kunstenaars uit musea moesten verdwijnen. Aanvankelijk kocht hij 19e-eeuwse Duitse schilderijen, later ook werken van oude meesters. Zijn plan was om zijn collectie onder te brengen in het geplande Führermuseum in Linz. Zijn verzamelwoede kende geen grenzen, zowel letterlijk als figuurlijk. Na de verovering van een groot deel van Europa liet hij privé- en museumcollecties in beslag nemen, wat resulteerde in de grootste kunstroof van de twintigste eeuw.

Taal : Nederlands