Opgevangen in andijvielucht

Categorie: Geschiedkunde
Verlanglijst Delen
Deel je boek
Deel je boek
Deel op social media

📚 Samenvatting boek:

Na de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië op 27 december 1949 werd een grote groep mensen gedwongen het land te verlaten, waaronder gemengdbloedige Nederlanders, onderdanen en loyalisten zoals Indische Nederlanders, Indo-Afrikanen, Chinese Nederlanders, Moluks KNIL- en marinepersoneel, Papoea’s, Toegoenezen, zogenoemde maatschappelijke Nederlanders en veilige Indonesiërs. Deze grootschalige uittocht werd jarenlang aangeduid als ‘de repatriëring’, een term die de indruk wekt van goede zorg en steun door de overheid. Deze diverse groep ontheemden kreeg echter een aanzienlijke schuld aan de Nederlandse overheid opgelegd voor de kosten van hun overtocht, tijdelijke opvang in een contractpension, en de aanschaf van kleding en meubels voor hun toekomstige woning. Het systeem van contractpensions werd in het voorjaar van 1950 ingevoerd, toen de overheid wegens de grote woningnood besloot contracten af te sluiten met eigenaren van badhotels en pensions, die na de oorlog grotendeels leeg stonden. Pensionhouders ontvingen 4 gulden per dag per tijdelijke bewoner van de overheid, voor kosten zoals voedzame maaltijden, water, licht en verwarming van gemeubileerde kamers. De winstmarge werd berekend op f 0,49. Deze contractpensions en -hotels werden met het oog op winst gerund. Veel pensionhouders ontdekten al snel dat ze meer winst konden maken door goedkoop in te kopen. Populaire groenten waren andijvie, witlof en spinazie, vaak gemengd met aardappelen. Culinaire ‘hoogstandjes’ in deze pensions waren havermoutpap, aardappelen met jam, erwtensoep met varkensdelen en zuurkoolstamppot. Om de kosten van de tijdelijke opvang te dekken, moesten alle werkende leden van ontheemde gezinnen 75 procent van hun maandinkomen afstaan aan de Nederlandse overheid, een percentage dat in 1951 werd verlaagd naar 60 procent. Tijdens hun verblijf in een contractpension werd deze bijdrage wekelijks geïnd door contactambtenaren van de Dienst Maatschappelijke Zorg. Bij vertrek naar een eigen woning moest het gezinshoofd een schuldbekentenis ondertekenen, waarmee hij zich verplichtte het resterende bedrag over een periode van 15 jaar maandelijks af te lossen. Deze schuld werd overgedragen aan de Gemeentelijke Sociale Dienst van hun nieuwe woonplaats. Sommige diensten inden de schuld met rente, wat eigenlijk niet toegestaan was. Uit schaamte en vernedering zwegen de getroffen gezinnen jarenlang; hun lot bestond uit stille armoede, gedwongen assimilatie en onduidelijke misstanden. Tot op heden heeft deze grote groep ontheemden negen claims lopen: zeven tegen de Nederlandse Staat en twee tegen banken en verzekeringsmaatschappijen uit voormalig Nederlands-Indië. Uit archiefmateriaal van de National Archives & Record Administration (NARA) in Washington blijkt ook dat de Joodse gemeenschap in Nederland een openstaande claim tegen de Nederlandse overheid heeft, vanwege nauwelijks of helemaal niet uitgekeerde verzekeringspolissen.

Taal : Nederlands