Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg 12 – De Merovingische geneeskunde
📚 Samenvatting boek:
In Merovingisch Gallië vond een overgang plaats van de antieke geneeskunde naar de vroegchristelijke geneeskunde. In deze periode nam de Kerk de zorg voor het lichaam op zich, waarbij barmhartigheid en toewijding aan de armen centraal stonden. Een belangrijke getuige uit de zesde eeuw was bisschop Gregorius van Tours, die de nadruk legde op wonderbaarlijke genezingen, hoewel hij ook de menselijke geneeskunde van de archiaters waardeerde. Bisschoppen richtten xenodochia op, kleinschalige voorlopers van middeleeuwse ziekenhuizen. Zowel geschreven als archeologische bronnen wijzen op de aanwezigheid van ernstige infectieziekten, waaronder de eerste middeleeuwse pestepidemie. Johan R. Boelaert, internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs), heeft als clinicus gewerkt in het Sint-Janshospitaal in Brugge (AZ Sint-Jan). Hij ontwikkelde de afdeling infectieziekten en deed onderzoek naar infecties bij dialysepatiënten en HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’ en schreef onder andere “Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800” (2011, Leuven). Daarnaast is hij de auteur van de derde (2014) en zesde cahiers (2017) in deze reeks. In dit cahier richt hij zijn interesse op de medische geschiedenis van het vroege begin van de middeleeuwen.