Psychoanalyse en cultuur 11 – Wonen op drift
📚 Samenvatting boek:
Volgens Freud is het werk van een psychoanalyticus te vergelijken met het minutieus blootleggen van archeologische vondsten. Deze vondsten zijn geen levenloze, materiële resten uit de oudheid, maar bruisende driften en libido die vanuit het onbewuste het mentale huis soms onbewoonbaar maken. Waar een architect zich richt op het creëren van een fysieke, externe ruimte om het welzijn van de bewoner te bevorderen, werkt de analyticus via de taal met de interne ruimte, het onbewuste en zijn weerstanden. Het lichaam is meer doordrongen van taal dan we beseffen; onze taal is lichamelijker dan we vaak willen erkennen. Beide vormen een soort huis waar libido en weerstand rondwaren, en waar we aan moeten werken om er een leefbare omgeving van te maken.
Hoe kan de fysieke ruimte de interne ruimte ondersteunen en meer vorm geven aan ons emotionele en erotische leven? Of anders gezegd: hoe kan architectuur het spreken in de psychoanalytische ruimte verrijken? Het verband tussen psychoanalyse en architectuur: is het tijd om deze ‘relatie’ opnieuw onder de aandacht te brengen?
Dit boek bevat bijdragen van Marc De Kesel, Kris Pint, Paul Robbrecht, Nadia Sels, Trees Traversier en Trui Missinne. Trees Traversier is psychoanalyticus bij de Belgische School voor Psychoanalyse en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Marc De Kesel is verbonden aan het Titus Brandsma Instituut, Radboud Universiteit, Nijmegen en is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Sjef Houppermans is emeritus hoofddocent Franse literatuur aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.