Tot nut en eer van de stad
📚 Samenvatting boek:
Toen het Athenaeum Illustre in 1877 werd gepromoveerd tot de Universiteit van Amsterdam, verlangde het stedelijke chauvinisme dat deze nieuwe instelling onmiddellijk een universiteit van topniveau zou worden. De stad investeerde daarom in de eerste decennia aanzienlijk om van de gemeentelijke universiteit een succes te maken. Rond de eeuwwisseling leken deze ambities te worden gerealiseerd door de toekenning van Nobelprijzen aan verschillende Amsterdamse professoren. Maar was dit werkelijk het resultaat van de inspanningen van de gemeente, en was de liefde van de gemeenteraad voor de universiteit wel zo onbaatzuchtig en zonder twijfel? De raad had soms de neiging om hard te bezuinigen op de universiteit. De impact hiervan verschilde per wetenschapper, afhankelijk van hun vakgebied en reputatie. Ondanks beperkte middelen gingen de meeste professoren door met hun zuiver wetenschappelijk onderzoek. Echter, sommigen richtten zich vanwege financiële beperkingen op toegepast onderzoek. De eerste hoogleraren in de sociale wetenschappen maakten de stad zelf tot onderwerp van hun studies, wat een sterke band tussen universiteit en gemeente creëerde door zich te focussen op beleidsvoorbereidend onderzoek. Deze bundel toont hoe verschillende vakgebieden in de geneeskunde, natuurwetenschappen en sociale wetenschappen zich in deze context ontwikkelden.