Tegen de regels IV
📚 Samenvatting boek:
In de negentiende eeuw vond de criminologie haar wortels in statistiek en medische wetenschappen, waarbij criminaliteit aanvankelijk werd gezien als een soort “ziektebeeld”. Met de opkomst van de sociologie in de twintigste eeuw werd de zoektocht naar oorzaken van criminaliteit uitgebreid naar een bredere context rond de wetsovertreder. Toen bleek dat deze benadering geen definitieve verklaring bood, werden ook de rol van de sociale omgeving en strafrechtelijke instanties in de analyse betrokken. Dit leidde in de jaren zestig tot de ontwikkeling van een criminologie die zich niet alleen richtte op de wetsovertreder, maar ook op de wetgever en rechtshandhaver. In de jaren tachtig kwam er meer aandacht voor het slachtoffer. In de jaren negentig kreeg het onderzoek naar oorzaken van criminaliteit opnieuw prioriteit, terwijl de focus verschoof naar criminaliteitsbeleid en de gedeelde verantwoordelijkheid voor preventie en bestrijding tussen burgers en verschillende instanties. Begin eenentwintigste eeuw werd het concept risicojustitie geïntroduceerd als een nieuw beleidskader.
Het boek “Tegen de Regels IV. Een inleiding in de criminologie” is verdeeld in drie delen. Deel I bespreekt de basisvragen zoals: Wat is criminologie precies? Hoe worden criminaliteit en de meting ervan gedefinieerd? Deel II presenteert tien belangrijke en actuele theoretische benaderingen van criminaliteit, waaronder biologische, psychologische, sociaal-psychologische en sociologische perspectieven. Deze sectie onderzoekt impliciete opvattingen over strafrecht, samenleving en criminelen, en hoe deze theorieën empirisch onderbouwd worden. Deel III richt zich op de diverse reacties op criminaliteit in moderne samenlevingen, zoals de veranderende methoden van criminaliteitsbeheersing door risicotaxatie en -profilering, de opkomst van particuliere beveiliging, en initiatieven gericht op verzoening en herstel, structurele en individuele preventie, behandeling en straf.