Arbeid&Recht Thema’s 8 – Verbod van werktijdverkorting
📚 Samenvatting boek:
Elke werkgever kan op een bepaald moment te maken krijgen met een afname in bedrijvigheid. Toch kan een werkgever niet zomaar eenzijdig de werktijden van zijn werknemers verminderen. Er geldt een verbod op werktijdverkorting zoals vastgelegd in het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945. Uitzonderingen op dit verbod kunnen worden verleend door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of namens hem. Zo’n uitzondering wordt vaak een ‘short-time’-vergunning genoemd. De directeur van de Directie UAW heeft de bevoegdheid om deze uitzonderingen te verlenen, mits hij de Beleidsregels ontheffing verbod van werktijdverkorting 2004 volgt. Deze beleidsregels bevatten criteria voor het verlenen van een ontheffing: er moet sprake zijn van een minimaal 20% verlies aan arbeidscapaciteit van de werknemers in dienst, dit verlies moet tijdelijk zijn en het moet voortkomen uit buitengewone omstandigheden die redelijkerwijs niet voor rekening van de ondernemer behoren te komen. Indien nodig wordt er een onderzoek ter plaatse uitgevoerd. Naast de algemene regels zijn er specifieke regels voor ontheffingsverzoeken vanwege de financiële crisis, geldig tot 15 januari 2009, zoals beschreven in de Bijzondere beleidsregels ontheffing verbod van werktijdverkorting 2008.
Dit boekje biedt een overzicht van de regelgeving omtrent het verbod op werktijdverkorting. Het is bedoeld als een praktisch naslagwerk voor iedereen die met dergelijke situaties te maken heeft of krijgt.
Over de auteur
Mr. dr. J. van Drongelen is universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociaal recht en Sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg.