Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg 14 – De geneeskunde aan het Bourgondische hof
📚 Samenvatting boek:
De Bourgondische hertogen hechtten veel waarde aan de kwaliteit van de medische professionals in hun dienst. Ze gaven de voorkeur aan universitair opgeleide artsen en zelfs hun vooraanstaande chirurgen behaalden in Leuven de titel van doctor in de chirurgie. Dit boek onderzoekt de theoretische kennis van deze medici, hun dagelijkse zorg voor de gezondheid van de hertog en hun astrologische activiteiten. Verder behandelt het de praktische vaardigheden van de hofchirurgen, hun betrokkenheid bij bepaalde hertogelijke lijkschouwingen en de daaropvolgende balseming van het lichaam. De auteurs bieden een gedetailleerd overzicht van de ziekten die de hertogen en hertoginnen troffen en geven hier een moderne interpretatie van in dit Cahier.
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog, opgeleid aan de KU Leuven en in Parijs. Hij werkte als clinicus in het St-Janshospitaal in Brugge en ontwikkelde er de afdeling infectieziekten. Zijn onderzoek richtte zich op infecties bij dialysepatiënten en HIV. Actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’, schreef hij onder meer “Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800” (2011, Leuven) en verzorgde hij drie cahiers in deze reeks (nummers 3, 6 en 12).
Ivo De Leeuw is emeritus professor Geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen en was decaan van de faculteit Geneeskunde tussen 1987 en 1989. Hij leidde de Raad Interne Geneeskunde van 1987 tot 1995 en was hoofd van de Afdeling Endocrinologie-Metabole Ziekten-Voeding van 1987 tot 2001. Als hoofd van het laboratorium Endocrinologie deed hij onderzoek naar botpathologie en magnesium metabolisme bij diabetespatiënten. Zijn wetenschappelijk werk werd beloond met een Fellowship van de Royal College of Physicians (Edinburgh), de Fuller-Sherman Award (Philadelphia), de Singh Oration (Indore, India), en een eredoctoraat van het Purkinje Instituut in Tsjechië. Hij was voorzitter en erevoorzitter van de Belgische Vereniging voor Suikerzieken (BVS), ondervoorzitter van de Belgische vereniging voor Endocrinologie, secretaris van het Europees congres van de EASD (1999), voorzitter van het jaarlijkse congres van ESPEN en ondervoorzitter en erelid van de Diabetes and Nutrition Study Group van de EASD (2004). Hij maakt deel uit van de redactie van de ‘Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg’ (GGG) en heeft bijdragen geleverd aan nummers 2, 5 en 8.