Grondlijnen van Europees recht
📚 Samenvatting boek:
Sinds de eerste publicatie van deze Grondlijnen in 2973 heeft het Europese recht op veel gebieden veranderingen ondergaan. Na een periode van stagnatie en zelfs gedeeltelijke achteruitgang in de jaren zeventig, heeft de Europese Gemeenschap halverwege de jaren tachtig een aanzienlijke vooruitgang geboekt. De Europese Akte weerspiegelde het hernieuwde enthousiasme voor het gemeenschapsrecht. Niet alleen werd de oorspronkelijke doelstelling van het EEG-Verdrag, namelijk het creëren van een grote interne markt, opnieuw bevestigd met een concreet tijdsplan, maar er werd ook besloten tot een noodzakelijke verbetering van de besluitvorming binnen de Raad. Het Europees Parlement kreeg uitgebreide bevoegdheden. Nieuwe beleidsterreinen werden toegevoegd aan de EG, deels als codificatie van bestaande regels, waarmee een nieuwe fase werd ingeluid die al was verwerkt in de vijfde editie. Het Verdrag van Maastricht omtrent de Europese Unie ontstond onder heel andere omstandigheden, met goede redenen. Waar de Europese Akte de bestaande doelstellingen bevestigde, markeerde het Verdrag van Maastricht een bewuste koerswijziging. De oprichting van een economische en monetaire unie betekende een kwalitatieve sprong in het integratieproces, evenals de transformatie van de Europese Economische Gemeenschap naar een Europese Gemeenschap. Op institutioneel vlak betekende de uitbreiding van de medezeggenschap van het Europees Parlement op vele terreinen ook een vernieuwing, hoewel het de vraag blijft in hoeverre dit het evenwicht in de klassieke driehoeksverhouding van de Raad, de Commissie en het Parlement heeft veranderd. De toevoeging van twee intergouvernementele pijlers aan de bestaande communautaire structuren en de nieuwe benaming als Europese Unie hebben talloze juridische vragen opgeworpen over de aard van deze nieuwe constructie. Het hybride karakter van het Europese integratieproces is duidelijker naar voren gekomen, al zijn de bestaande communautaire rechtsorde en de functies van de EG-instellingen als instellingen van de Europese Unie onaangetast gebleven. De ratificatiedebatten en referenda in de verschillende Lid-Staten hebben meer inzicht gegeven in de grenzen van het integratieproces, een ontwikkeling verder benadrukt door de geplande uitbreiding met vier nieuwe landen. Een Europa met verschillende snelheden komt daardoor sterker in beeld. Bovendien is de aard van de nationale staatssoevereiniteit in een ander daglicht komen te staan door de toenemende grensoverschrijdende verwevenheid. Gedeelde soevereiniteit tussen de Lid-Staten beschrijft wellicht het beste de huidige situatie van de bestaande rechtsorde. Al deze ontwikkelingen leidden tot een volledige herziening van de bestaande opzet, wat ook resulteerde in een uitbreiding van de tekst. De heer Barents, die al verantwoordelijk was voor de vierde en vijfde editie, heeft deze nieuwe tekst volledig verzorgd. De oorspronkelijke auteur beperkte zich tot het kritisch nalezen van het manuscript en het schrijven van enkele specifieke passages. Om deze reden is de volgorde van auteursvermelding in de nieuwe editie omgekeerd. Om toch de continuïteit van het boek te waarborgen, tekent de tweede auteur mede voor de volledige inhoud. R. Barents mei 1994 L.J. Brinkhorst Bij de zevende druk De toetreding van drie nieuwe Lid-Staten op 1 januari 1995 en de voortdurende productie van wetgeving en rechtspraak maakten een nieuwe druk noodzakelijk. Tevens zijn naar aanleiding van suggesties uit de onderwijspraktijk meer literatuurverwijzingen toegevoegd. Hoofdstuk 6 (rechtspraak) is deels herschreven, en er zijn kleine uitbreidingen aangebracht in de hoofdstukken 8 (integratieproces) en 9 (interne markt I, vier vrijheden).