Het inreisverbod. Editie 2018
📚 Samenvatting boek:
Dit boek behandelt het thema van het inreisverbod, een maatregel die zowel op Europees als op nationaal niveau van groot belang is. Op nationaal niveau wordt het inreisverbod onderscheiden binnen het vreemdelingenrecht en het strafrecht. Sinds de vorige druk zijn er twee jaar verstreken waarin er veel ontwikkelingen hebben plaatsgevonden op beide niveaus. Europees gezien is er meer jurisprudentie van het Hof van Justitie beschikbaar gekomen, wat directe invloed heeft op de Nederlandse praktijk binnen het vreemdelingen- en strafrecht. De Europese Commissie heeft bovendien op 16 november 2017 een aangepast Handboek Terugkeer gepubliceerd. Op nationaal niveau zijn recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen het vreemdelingenrecht meegenomen. Daarnaast zijn ook de nieuwste uitspraken van de Hoge Raad en de gerechtshoven binnen het strafrecht opgenomen. Het boek behandelt verder enkele wetten op het gebied van terrorismebestrijding die gebruikmaken van gerelateerde juridische instrumenten, zoals de ongewenstverklaring en het uitreisverbod. In strafzaken die betrekking hebben op overtredingen van een oude ongewenstverklaring of een streng inreisverbod, kunnen strafrechters te maken krijgen met verschillende vreemdelingenrechtelijke aspecten. Deze komen vooral aan bod wanneer moet worden vastgesteld of alle stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen, wat van belang is voor de strafoplegging. Hierdoor ontwikkelt zich een nieuw rechtsgebied: het vreemdelingenstrafrecht. Het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Ouhrami heeft directe consequenties voor Nederland. Binnen het vreemdelingenrecht is artikel 66a, zesde en zevende lid, van de Vw 2000 niet in lijn met het Unierecht, omdat deze bepalingen het illegale verblijf koppelen aan het inreisverbod zolang de betrokken vreemdeling zijn terugkeerverplichting nog niet is nagekomen. In het strafrecht bestaat er discussie over de vraag of het arrest Ouhrami betekent dat er in de Nederlandse wetgeving een wettelijke basis ontbreekt voor de vervolging van een illegale derdelander die het grondgebied van de lidstaten niet heeft verlaten.