Kleine Kwalen Bij Honden En Katten
📚 Samenvatting boek:
Wat doe je als een hond of kat een naald inslikt? Hoe ga je om met een pijnlijke situatie zoals een gebroken nagel? Verrassend genoeg kunnen huisdieren ook last hebben van wintersportblessures. Dit boek tracht eerst een definitie te geven van ‘kleine kwalen’. Hoewel deze aandoeningen vanuit medisch oogpunt vaak niet ernstig lijken, zijn ze voor het dier zelf wel degelijk van belang. Problemen zoals reisziekte of klitten in de vacht zijn niet levensbedreigend, maar vragen wel om een oplossing. Dierenartsen moeten snel en professioneel kunnen reageren op diverse vragen. Tijdens hun opleiding en in nascholingsprogramma’s krijgt eerstelijnszorg vaak onvoldoende aandacht. Sommige kwalen komen zo zelden voor dat zelfs ervaren dierenartsen verrast kunnen worden. Dit boek biedt ook antwoorden voor dierenartsassistenten op veelgestelde vragen van bezorgde huisdiereigenaren. “Kleine kwalen bij honden en katten” bespreekt 85 aandoeningen volgens een vast patroon: de oorzaak en ontwikkeling van de kwaal, wat de eigenaar opmerkt, anamnese, onderzoek, differentiële diagnose en aandachtspunten, behandeling en beleid, preventie en voorlichting. Dankzij deze opzet is het boek overzichtelijk en praktisch, en zou het binnen handbereik moeten liggen in elke dierenartspraktijk. Jan Gajentaan groeide op in de praktijk van zijn vader, een pionier in de zorg voor kleine huisdieren. Hij werkte als dierenarts in Amsterdam en Eugene, Oregon, en was van 1983 tot 1996 hoogleraar in de gezelschapsdiergeneeskunde in Utrecht.