N.W. Posthumus reeks 3 – De onvermijdelijke afkomst?

Categorie: Geschiedkunde
Verlanglijst Delen
Deel je boek
Deel je boek
Deel op social media

📚 Samenvatting boek:

In haar boek onderzoekt Pien Versteegh de vestigingsprocessen van economische migranten. Vaak wordt gedacht dat de positie van migranten op de arbeidsmarkt en in de samenleving sterk wordt bepaald door hun herkomst. Om dit te onderzoeken, heeft Versteegh zich gericht op Poolse migranten die tussen 1920 en 1930 werkten in de mijnen van Arenberg-GmbH in Bottrop (Ruhrgebied), Grand-Hornu in Hornu (Borinage), Waterschei in Genk (Kempen) en de Oranje-Nassau mijnen in Heerlen (Zuid-Limburg). Ze vergeleek de situatie van de Poolse mijnwerkers met die van hun autochtone collega’s. Hierbij keek ze naar factoren zoals arbeidsmarktpositie, werkgevers- en overheidsbeleid, huwelijkspatronen en de houding van de lokale bevolking. Hoewel er verschillen waren in hoe de Polen in Duitsland, België en Nederland werden opgenomen, vertoonden de resultaten een gemeenschappelijk patroon: de Poolse mijnwerkers werden voornamelijk aangeworven voor geschoold werk waarvoor geen lokale arbeidskrachten beschikbaar waren. Hun mogelijkheden om op te klimmen waren echter beperkt. Sociaal gezien leefden de Polen grotendeels afgezonderd van de lokale bevolking, actief in hun eigen verenigingen en als een hechte gemeenschap. Dit isolement leek een bewuste keuze. Ondanks deze scheiding waren er contacten met de lokale bevolking, wat werd aangetoond door gemengde huwelijken. Behalve in Waterschei bestonden er overal vooroordelen over de Polen. In Duitsland was er vanwege politieke redenen zelfs sprake van uitgesproken vijandigheid jegens hen. In België en Nederland werden de stereotypen meer gevoed door de onbekendheid van de lokale bevolking met moderne industrialisatieprocessen en de komst van migranten. Hoewel de afkomst van de Polen invloed had op hun vestigingsproces, was deze invloed minder bepalend dan vaak wordt gedacht.

Taal : Nederlands