Naar de middeleeuwen. Het Aartsbisschoppelijk Museum in Utrecht vanaf het begin tot 1882
📚 Samenvatting boek:
In de tweede helft van de negentiende eeuw beleeft de romantiek een bloeiperiode. De fascinatie voor de middeleeuwen is groot, en het verzamelen van kunst uit die periode wordt populair. In 1862 introduceert de kunstliefhebbende priester Gerard van Heukelum in Utrecht voor het eerst het concept van een ‘museum’ voor zijn collectie oude kerkelijke kunst. Twee decennia later is het Aartsbisschoppelijk Museum (ABM) een gevestigd instituut. Van Heukelum slaagde erin om middeleeuwse schilderijen, beelden, rijkelijk geïllustreerde handschriften, kerkelijke gewaden en andere objecten uit het gehele aartsbisdom naar Utrecht te brengen, waarbij hij ze vaak van de ondergang redde. Deze bewonderde stukken dienden als inspiratiebron voor kunstenaars van zijn tijd en toonden aan dat er al voor de Gouden Eeuw indrukwekkende kunst in Nederland werd gemaakt. De katholieke herleving in Nederland na het herstel van de bisdommen in 1853 vond zo een verbinding met de middeleeuwen. “Naar de middeleeuwen. Het Aartsbisschoppelijk Museum in Utrecht vanaf het begin tot 1882” beschrijft de succesvolle samenwerking tussen Van Heukelum en aartsbisschop Schaepman, die ervoor zorgde dat Nederland een van zijn belangrijkste verzamelingen van middeleeuwse sculpturen, oude schilderkunst en religieuze kunstnijverheid kreeg. Sindsdien is de collectie van het Aartsbisschoppelijk Museum uitgebreid en vormt deze een van de belangrijkste onderdelen van Museum Catharijneconvent in Utrecht. De aanwinsten uit de beginjaren van het Aartsbisschoppelijk Museum worden nog steeds gerekend tot de topstukken van het museum.