Uit onbekende bron

Categorie: Politiek
Verlanglijst Delen
Deel je boek
Deel je boek
Deel op social media

📚 Samenvatting boek:

Sinds 1950 wordt Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad (KID) toegepast als medische behandeling. In Nederland zijn sindsdien naar schatting dertig- tot veertigduizend kinderen verwekt met donorzaad. Deze kinderen zijn voornamelijk afkomstig van anonieme donoren, de zogenaamde ‘A-donoren’. In 2003 werd een nieuwe wet ingevoerd, die vanaf 1 juni 2004 de anonimiteit van spermadonoren beëindigde. Vanaf deze datum worden de gegevens van donoren en verwekte kinderen in een databank gekoppeld. Alleen ‘B-donoren’, van wie de identiteit op verzoek van het kind bekend kan worden gemaakt, zijn dan nog toegestaan. Het boek behandelt twee centrale vragen: ‘Hoe vergaat het de KID-kinderen en hun ouders?’ en ‘Hoe kunnen we de huidige wet evalueren?’ In een gedetailleerde inleiding en diverse interviews worden onderwerpen zoals de volgende besproken: • Wat drijft mensen in hun kinderwens en hoe ver gaan ze daarin? • Welke medisch-ethische kwesties roept KID op en welke antwoorden zijn er? • Hoe open zijn getrouwde stellen (man/vrouw) als het gaat om het vertellen aan hun kind? • Is het psychologisch nadelig voor kinderen om via donorinseminatie te zijn verwekt? • Was de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting het juiste antwoord met het oog op het ‘belang van het kind’? “Gewenster kan ik niet zijn,” zegt Linda (21), “Wij zijn tenminste honderd procent gewild en gepland. Mijn ouders hebben veel gedaan om ons te krijgen.” “Een verrijking van mijn leven,” vindt Jan (50), een verpleegkundige die van 1980 tot 1988 bij twee klinieken donor was. Door de veranderingen in de wet heeft hij achteraf zijn gegevens bij de klinieken bekendgemaakt. De auteur, Mart Roegholt (1953), heeft geschiedenis en sociaal-cultureel werk gestudeerd en heeft ervaring als beleidsmedewerker en freelance journalist.

Taal : Nederlands