STELLING:
\mathbb{R}, V, + \mbox{ is isomorf met } \mathbb{R},W,+ \Leftrightarrow dim_{\mathbb{R}}V=dim_{\mathbb{R}}W
BEWIJS:
\mbox{onderstel dat }f:V\rightarrow W \mbox{ een isomorfisme is. Neem een basis } \left \{ \vec{v_{1}},\vec{v_{2}},...,\vec{v_{n}} \right \} \mbox{ van V.}
\mbox{We beweren dat } \left \{ f(\vec{v_{1}}),f(\vec{v_{2}}),...,f(\vec{v_{n}}) \right \} \mbox{ een basis van W.}
Mijn vraag hierover is als volgt:
Omdat V isomorf is met W, en de afbeelding dus ook een bijectie is, dacht ik dat de basis van V automatisch ook een basis is van W. Want beide basissen (van V en W) bevatten evenveel basisvectoren én omdat de afbeelding V -> W een bijectie is, zijn deze vectoren ook voortbrengend (én vrij) voor de vectorruimte W. Er moet met andere woorden niet noodzakelijk een basis van W gevormd worden door bijvoorbeeld het beeld van de basisvectoren van V te nemen.
Klopt deze redenering, want ik vind niet direct een antwoord in mijn nota's/handboek...
Misschien nog wel even opmerken dat dit niet direct verband houdt met het bewijs zelf, want in dat geval is het wél nodig om het beeld van de basisvectoren te nemen. Mijn vraag is gewoon een opmerking die ik bij mezelf maakte.
Puzzels