Eén van de belangrijkste vragen uit de 20ste-eeuwse geschiedenis is wat mij betreft de vraag naar de verklaringen voor Hitlers antisemitisme. Deze vraag laat zich, denk ik, moeilijk beantwoorden en uiteindelijk is, naar mijn mening, de beste verklaring het heersende antisemitisme in het voormalige Oostenrijk-Hongarije in het algemeen en de invloed die Hitler ondervond van zijn antisemitische docent geschiedenis (zie Shirer) in het bijzonder.
Antisemitisme als veel voorkomend verschijnsel (in die tijd en eerdere tijden) speelt mee, het isolement dat sommige joden vaak kozen in hun woonplaatsen (en ze tot makkelijke zondebokken maakte) eveneens, zo ook het gedwongen isolement, omdat ze veel beroepen niet uit mochten oefenen (verdraaid in de 'woekerende-jood-propaganda' van de nazi's).
Wie heeft aanvullingen (er van uit gaand dat Hitlers antisemitisme oprecht was en geen pragmatiek)?
Puzzels