Dat neemt niet weg dat het belangrijk blijft. Je kan namelijk alleen maar denken met wat er in je hoofd zit, de rest zijn geheugensteuntjes.
Zelf ken ik ook niet veel echt van buiten, maar kan ik wel heel veel heel snel afleiden: dat is wat ik bedoel met dat begrijpen niet genoeg is maar wel helpt (om iets af te leiden). Om iets te kunnen afleiden moet er wel een degelijke basis in je geheugen zitten, een aantal fundamentele dingen.
Dat je zo weinig mogelijk van buiten moet leren, maar alles moet begrijpen is een fabeltje. Je moet de fundamentele dingen gewoon weten en de rest leren afleiden. Begrijpen alleen is bijlange na niet genoeg, dat is een grove misvatting. Je moet ook kunnen reproduceren.
De drie componenten die ik opsomde hangen gewoon alledrie samen, als er één ontbreekt krijg je problemen.
Ik kan mij nog altijd herinneren hoe ik de formule voor de vierkantswortel van een complex getal moet opstellen of bewijzen.. en ook sommige eigenschappen..
Hoe? Ik weet nog het 1e lijntje..
Bij oefeningen speelt de vaardigheid wel een grote rol..
Ik bedoel hiermee dat een beetje inzicht toch wel vereist is...
Mijn levensverhaal:
Tot het 4e zat ik in moderne talen
5e: zat ik in 6 uur wiskunde...
In het begin was het wel moeilijk, had nog nooit van mijn leven gehoord van horner of veeltermfties, en dan nog niet gesproken van asymptoten.
De theorie kon ik wel, maar toepassen op de 1e GO was wel een euhm.. Ramp.. (ik had trouwens ook geen vragen)
Maar na een tijdje, komt ge daar wel in. Ge leert als het ware daar inzicht in te krijgen met de tijd. Je leert als het ware creatief te zijn in wiskunde. Het is bijna onmogellijk om dat uit te leggen. Je leert, ja, er is geen ander woord om het te omschrijven, inzicht te krijgen... Het is een kwestie van de theorie te beheersen, maar dan ze zo te beheersen dat ge weet waneer je het moet toepassen.
Als je een maximale hoogte moet zoeken, dat je de 1e afgeleide gebruikt.Dat is wel een dom vb, maar een goede illustratie
Probeer ook bij reeds gemaakte oefeningen, oog te hebben voor welke situatie je zit en welke methode je gebruikt. Meestal worden er gelijkvormige oefeningen gegeven;