Ik zou het iets anders omschrijven: Dat "rommelen met plantextracten" kan prima wetenschap zijn, maar geen -geneeskunde-.
Uiteraard wordt er veel uit de natuur getest. Als je bijvoorbeeld liganden voor een bepaalde receptor zoekt en er zijn anecdotes dat een bepaalde plant effectief is van een aandoening waarbij die receptor betrokken is, dan ga je kijken of er iets uit een extract wil binden aan die receptor. Over het algemeen zal dat in vitro zijn, en tegenwoordig is het een geautomatiseerd proces waarbij honderden stoffen tegelijk worden getest.
Aan de andere kant wordt er ook veel gewerkt met computermodellen die soms de andere kant op werken: als je de structuur van een receptor weet kun je middels simulaties gaan zoeken naar moleculen die erin passen. Die kun je vervolgens testen op binding en activatie, waar ook kandidaten uit kunnen komen.
Maar in beide gevallen is het slechts een vroeg stadium van een mogelijk medicijn. Verreweg de meeste kandidaten vallen af omdat ze toch niet zo goed werken, toxisch zijn, bijwerkingen hebben, en om wat voor reden dan ook. En wat er daarna nog overblijft wordt in vivo op dieren getest, vervolgens op gezonden mensen (ivm bijwerkingen) en daarna op een kleine groep patienten. Als dat allemaal lukt (zelden het geval), en blijkt dat een middel een acceptabele verhouding tussen effectiviteit en bijwerkingen heeft (en beter is dan evt bestaande middelen, tegenwoordig ook steeds zeldzamer) dan kun je spreken van een (voor geneeskunde geschikt) medicijn.
Puzzels
