Binnen het kankeronderzoek komt men er steeds meer achter dat we vaak beter over de genetische klassificatie van een kanker kunnen spreken dan over de oorsprong. Het is wel zo dat de oorsprong correleert met bepaalde afwijkingen in het genetisch materiaal die daar ontstaan, maar men komt er steeds vaker achter dat een medicijn voor de ene kanker ontwikkeld in sommige patiënten ook in een kanker van een ander orgaan kan werken.
Voor borstkanker wordt inderdaad nu al een behoorlijk behandelprofiell vastgesteld op basis van de specifieke afwijkingen. Het hoeft niet zo te zijn dat die afwijkingen door genetische test worden bepaald, een phenotypische meting kan genoeg zijn. Met spreekt dan over bijvoorbeeld "dubbelnegatieve" borstkanker als de cellen in de kanker niet gevoelig zijn voor variaties in de concentraties van 2 belangrijke hormonen. Daaruit kan men afleiden dat bepaalde medicijnen niet zullen werken, en dan tijd en bijwerkingen sparen bij de behandeling.
Puzzels