Misschien waren er toen nog geen "nette" sterrenstelsels maar alleen onregelmatige sterrenhopen?
Wat kwam eerder, het black hole waar omheen zich een sterrenstelsel vormde, of het sterrenstelsel waarin zich een black hole ontwikkelde?
Dat is een van de vragen waar kosmologen mee worstelen. Hier de drie meest genoemde scenario's in een overzichtje:

- Image1 1151 keer bekeken
Bron: M. Volonteri, Astrofysisch instituut Parijs
De materie zat toen nog tamelijk dicht op elkaar dus zo'n zwart gat kon snel groeien.
Aan de groeisnelheid van een zwart gat zit een theoretische limiet verbonden, de zogenaamde Eddington limiet (
klik). Ongeveer zoals een ster zoveel hoogenergetisch straling en deeltjes uit kan zenden dat zij zichzelf tegen de gravitatiekrachten in opblaast, kunnen ook zwarte gaten 'bellen blazen'. Als een superzwaar zwart gat te veel materie tegelijk verslindt kan de stralingsdruk zo groot worden dat de omliggende materie weggeblazen wordt, waardoor bij gebrek aan voedsel de groei tot stilstand komt.
Het probleem dat opdoemt bij zulke zware zwarte gaten zo vroeg in het heelal is dat hun bestaan vereist dat het zwarte gat gedurende zijn hele bestaansduur of tenminste de helft daarvan zoveel materie moet hebben verslonden dat de stralingsdruk gedurende al die tijd vrijwel continue tegen die Eddington limiet aan zit. Dat is een tamelijk onwaarschijnlijke situatie, want dat vereist de continue aanvoer van ongeveer dezelfde (grote, maar niet té grote) hoeveelheid materie gedurende een zeer lange tijd.
Dit soort enorme quasars zo vroeg in het heelal plaatst dus grote vraagtekens bij de huidige theorievorming rond het ontstaan van superzware black hole's. In de bijlage van het openingsartikel wordt dit ook zo gesteld:
The existence of such black holes when the Universe was less than one billion years old presents substantial challenges to theories of the formation and growth of black holes and the coevolution of black holes and galaxies.
Er wordt daar onder meer verwezen naar een artikel met betrekking tot die theorievorming, dat ik bijgesloten heb.
Het is misschien eerder verwonderlijk dat er nog wat aan ontsnapt is?
Nee, dat is niet zo verwonderlijk. Allereerst kennen we de werkelijke omvang van het heelal niet; het is waarschijnlijk dat het heelal heel veel groter is dan het waarneembare heelal, en mogelijk is het altijd oneindig groot geweest. Maar ook een black hole van ongeveer een tiende sterrenstelsel zwaar heeft 'maar' een massa van een dwergstelsel en heeft dezelfde gravitatiekracht. Er wordt wel vaker gedacht dat in het vroege heelal de objecten heel veel dichter bij elkaar gestaan moeten hebben, maar dat valt wel mee, althans na de inflatieperiode. De zogenoemde schaalfactor is sedert 380.000 jaar na de oerknal tot heden 'slechts' met 1100 toegenomen. Afstanden tussen objecten waren ruwweg een miljard jaar na de oerknal minder dan 1000 maal kleiner dan nu. Een massa ter grootte van een dwergstelsel was ook toen niet in staat een werkelijk aanmerkelijke hap uit de kosmische koek te eten.
Bijlage: