Ik heb niet veel kaas gegeten van het onderwerp van je eerste vraag, maar misschien kan ik van nut zijn bij de tweede. Als x deelbaar is door 3 (waarbij x een geheel getal is), dan wil dat zeggen dat x = k*3, waarbij k ook een geheel getal is. De rest is dus 0. Modulo heeft hiermee te maken. Als je zegt: x = 0 mod 3, dan bedoel je dat wanneer je x deelt door 3, je rest 0 overhoudt. x = 2 mod 3 betekent dat de rest van de deling x/3 dus 2 is, wat bijvoorbeeld het geval is wanneer x = 5, omdat x = 3*1 + 2.
Wanneer dus gesteld wordt dat n(n^2 - 1) = 0 mod 3, betekent dit gewoon dat het linkerlid (met n als positief geheel getal in dit geval) mooi deelbaar is door 3, met rest 0 dus. Je gaf al aan hoe je 'm opgelost had, hier is nog een maniertje met inductie:
Voor n = 1 klopt de vergelijking, namelijk 1*(1^2 - 1) = 0 mod 3. Niets aan de hand. Nu stellen we dat de vergelijking klopt voor een gegeven n, dus de stelling waarmee we beginnen is:
n(n^2 - 1) = 0 mod 3
Als we nu de vergelijking beschouwen voor (n+1) in plaats van n, dan krijgen we:
(n+1)*((n+1)^2 - 1) = 0 mod 3
(hierbij heb ik dus overal waar eerst 'n' stond 'n+1' ingevuld) En dus, uitgewerkt:
n^3 + 3n^2 + 2n = 0 mod 3
We hadden al n(n^2 - 1) = 0 mod 3, wat uitgeschreven hetzelfde is als:
n^3 - n = 0 mod 3.
Als we die vergelijking voor n+1 nu splitsen zien we dat:
(n^3 - n) + 3(n^2 + n) = 0 mod 3
Het eerste gedeelte tussen haakjes was 0 mod 3 volgens onze stelling, en het tweede gedeelte tussen haakjes is duidelijk deelbaar door 3. Wanneer de vergelijking klopt voor n, klopt hij dus ook voor n+1. Omdat de vergelijking klopte voor n = 1, klopt hij voor alle positieve gehele getallen. Ik weet niet of je hier wat aan hebt, maar alla. Excuses voor eventuele onvoldoende wiskundige striktheid in dit bewijs, trouwens - ik ben geen wiskundige. :/
de moduloding is nog nieuw voor mij.. ik weet niet hoe ik dit moet aanpakken met de standaarde rekenregels van modulo.....help pleaZ?
kan ook korter:
n(n²-1) = n(n+1)(n-1)
dit zijn drie opeenvolgende gehele getallen, dus een ervan is zeker een drievoud. (als n+1 en n geen drievoud zijn [resp. 2 en 1 modulo 3], dan is n-1 een drievoud. enzoverder)