Flux betekent 'stroom' in één of andere taal. Stel je een beekje stromend water voor, nu wil je bijvoorbeeld doorheen een oppervlak in dat beekje het debiet berekenen. Wiskundig komt dit neer op het berekenen van de flux doorheen dat oppervlak.
In elk punt van het beekje heeft het water een bepaalde richting en een bepaalde snelheid. Je kan dat stromend water dus wiskundig voorstellen a.d.h.v. een vectorveld. Een vector heeft immers een richting en een grootte (in deze gedachtegang gelijk aan de snelheid).
Neem het geval waarbij het vectorveld constant is, het oppervlak rechthoekig en deze loodrecht op elkaar staan. Je krijgt dan iets zoals onderstaande afbeelding. Rood is het rechthoekig oppervlak (met een oppervlak in m
2) en blauw stelt de stroming voor (richting + grootte in m/s). Je kan dan zien dat het debiet (m
3/s) gelijk is aan het volume van die balk. In dit eenvoudige geval heb je niet eens een integraal nodig om de flux te berekenen.

- fluxvoorb 1109 keer bekeken
Jouw oefening is een gelijkaardig geval, met de uitzondering dat het vectorveld afhankelijk is van x. Nu kan je het x interval opsplitsen in allemaal kleine intervallen zodat het vectorveld in elk van die intervallen "niet te veel" verandert. Voor elk van die intervallen kan je dan de flux berekenen (volumes van balken) en de som ervan zal ongeveer gelijk zijn aan de totale flux. Hoe kleiner je de intervallen maakt, hoe beter de benadering zal zijn en de limiet ervan is niets anders dan die integraal uit aadkr zijn post.
Je leest maar niet verder want je, je voelt het begin van wanhoop.