Ik vroeg me af of iemand me kan helpen met het volgende:
Ik weet dat wanneer je 1 mol NaCl oplost in water, er 1 mol Na en 1 mol Cl in het water zit. Maar nergens in mijn boek staat beschreven hoe dit werkt met zouten met andere verhoudingen. Even een simpel voorbeeld: Als je een mol AlCl3 hebt, hoeveel mol Al en hoeveel mol Cl heb je dan na het oplossen in water?
Ik dacht zelf aan n[AlCl3] = 1 mol, dus n[Al]= (1:4) * 1 mol, en dus n[Cl]=(3:4) * 1 mol
Is dit goed of maak ik een grote denkfout?
Bedankt in ieder geval!
Puzzels