kakkerlak2009 schreef:De langzame afbraak
De ineenstorting van een land/natie is een economisch proces waarin een land terugkeert naar een level van complexiteit waarin het in staat is om zichzelf te kunnen ondersteunen. Historisch gezien duren deze ineenstortingen over perioden van deccenia tot zelfs eeuwen. Alleen het verschil tussen toen en nu is de complexiteit van onze beschaving (wereldwijd) en het feit is dat de "carrying capacity" van de aarde die wij voor gegarandeerd achten een illusie is gebaseert op een niet te hernieuwen grondstof (olie).
Zodra de olie productie stagneert of de bevooraading onderbroken wordt door onder andere geo-politieke gebeurenissen of terrorisme, zullen de prijzen van producten stijgen, vooral de prijzen van goederen en diensten die het meest afhankelijk zijn van olie waaronder de voedsel productie valt. En omdat goederen vervoert worden met behulp van fossiele brandstoffen van de fabriek naar de consument zullen de prijzen van alledaagse producten ook stijgen door o.a de marktwerking of andere krachten.
Dit crieeert inflatie. Een manier om inflatie tegen tegaan is het verhogen van de rente op hypotheken/leningen. Zodra essentiele goederen/diensten zoals eten, huur en de afbetaling duurder worden, zullen families gebonden aan diverse variabelen luxe en secundaire diensten uit hun budget droppen, waardoor de levensstandaard afneemt en de werkloosheid toeneemt.
Wanneer de energie kosten te hoog worden, zal er een tijd zijn waarin het conserveren en het gebruik van duurzame energiebronnen gestimuleerd wordt. Dit zal net zoals in de jaren '80 zijn toen de hoge olieprijs er voor zorgde dat de wereld meer energiezuinig werd. Kleinere auto's werden gemaakt, huizen werden geisoleerd en lampen werden vervangen door zuinigere.
Dit zal weer gebeuren na de eerste paar problemen, waardoor het olie-probleem weer naar de toekomst verschoven zal worden. Deze afname in vraag naar energie geeft ons weer wat extra ruimte om te groeien. Het systeem lijkt dan weer in balans te komen en er zal een vraag zijn naar zuinigere voertuigen en duurzame producten.
De armen en vele van de overconsumerende middenklasse zal niet in staat zijn om deze investeringen in brandstof te kunnen veroorloven. De rijken zullen de armen uitbieden voor beschikbare energievoorraden en conserverings-methoden. De werkloosheid zal stijgen en mensen raken hun huis kwijt en er zal een grote overdracht van rijkdom van de armen en de midden klasse naar de rijken zijn, net zoals het in de jaren '30 gebeurde.
En dan herhaald de cycle zich weer. Er zal een tijd komen wanneer hyperinflatie optreed. Dit is wanneer iedereen weet dat de prijzen van levensmiddelen spoedig (paar dagen tot een paar weken) zullen stijgen. Daarom zal iedereen zijn geld zo snel mogelijk uitgeven om zo de snel stijgende prijzen voor te zijn. En dit alles kan en zal gebeuren nog voordat de olieproductie zijn absolute top bereikt.
In eerste instantie zal de oliepiek ontkend worden . Er zullen een heleboel leugens en misleidingen verkocht worden. De terroristen en de milieu-activisten krijgen in eerste instantie de schuld. De zoektocht naar nieuwe oliebronnen en alternatieve energie zal een media evenement zijn. De vraag naar gas en kolen (vervuilend) zal groter worden.
Mensen zullen zich realiseren dat het tien jaar duurt om een nucliaire kerncentrale te bouwen. Mensen zullen zich realiseren dat zonne, wind en andere duurzame energie soorten maar een gematigd effect hebben en het een heleboel energie kost om deze constructies te bouwen.
De kwaliteit van de lucht zal genegeerd worden en de productie en consumtie van kolen zal nog één keer verhoogd worden.
Landen, vooral de olie-producerende landen, zullen vanwege hun volledige afhankelijkheid van olie (zowel export als consumptie) besluiten om eerst olie maar ook later gas voor hun eigen mensen te reserveren.
"The world's present industrial civilization is handicapped by the coexistence of two universal, overlapping, and incompatible intellectual systems: the accumulated knowledge of the last four centuries of the properties and interrelationships of matter and energy; and the associated monetary culture which has evolved from folkways of prehistoric origin. The first of these two systems has been responsible for the spectacular rise, principally during the last two centuries, of the present industrial system and is essential for its continuance. The second, an inheritance from the prescientific past, operates by rules of its own having little in common with those of the matter-energy system. Nevertheless, the monetary system, by means of a loose coupling, exercises a general control over the matter-energy system upon which it is superimposed. Despite their inherent incompatibilities, these two systems during the last two centuries have had one fundamental characteristic in common, namely exponential growth, which has made a reasonably stable coexistence possible. But, for various reasons, it is impossible for the matter-energy system to sustain exponential growth for more than a few tens of doublings, and this phase is by now almost over. The monetary system has no such constraints, and, according to one of its most fundamental rules, it must continue to grow by compound interest. "