Uit verveling zit ik een paar opgaven van chemie olympiade te maken.
Kan iemand eens bevestigen of ik tot nu toe (tot b) juist bezig ben? en kan iemand vraag c uitleggen?
Alvast bedankt
Bedankt voor uw antwoord. Ik zou dan in mijn grafiek schrijven: C=D.Daaf schreef: Bij c) zijn de stukjes gemalen dus je hebt hier (veel) kleinere stukjes dan bij de 1e keer
zeer bedankt. Kan ik dan D een beetje hoger tekenen dan C?Daaf schreef: Want een grotere verdelingsgraad impliceert een grotere contactoppervlakte, een grotere botsingskans, een hogere kans op gepaste oriëntatie en dus een hogere reactiesnelheid.
Dit klopt maar ik zou niet zeggen C=D want C=(A bij een hogere temp.) en D=(B bij een grotere verdelingsgraad)
Ik denk dat dat kan maar dat het evengoed tussen B en A kan of gelijk waar boven B. Als ze uit je uitleg maar kunnen opmaken dat je weet dat temp. en verdelingsgraad invloed hebben op de reactiesnelheid. Want met hoeveel ° is de temp. hoger en hoe fijn is het marmer gemalen? Dat wordt niet vermeld.JenderOpa schreef: zeer bedankt. Kan ik dan D een beetje hoger tekenen dan C?
Oké, super bedankt.Daaf schreef: Ik denk dat dat kan maar dat het evengoed tussen B en A kan of gelijk waar boven B. Als ze uit je uitleg maar kunnen opmaken dat je weet dat temp. en verdelingsgraad invloed hebben op de reactiesnelheid. Want met hoeveel ° is de temp. hoger en hoe fijn is het marmer gemalen? Dat wordt niet vermeld.
Ik persoonlijk zou D tussen B en A plaatsen omdat de conc. van HCl bij A groter is.
Bedankt voor uw antwoord. Bij B is er minder HCL-opl + 10 ml water. En wat bedoelen ze eigenlijk telkens met ".2mol/l"?Marko schreef: Kwalitatief klopt dit wel ongeveer, maar kwantitatief niet. Er staat veel meer informatie in deze opgave, die niet, of niet goed is verwerkt. Bovendien is vraag A niet volledig beantwoord.
Kijk allereerst eens naar de grafieken van A en B, of naar de waardes in de tabel, en naar de "recepten". Wat valt op?
Wat voor conclusies zou je daar uit kunnen trekken?
Kijk ook goed naar de recepten en naar de feitelijke CO2-opbrengst. Ook daar kun je conclusies uit trekken, of, anders gezegd: je moet hier goed op letten als je vraag B beantwoordt / als je curve C intekent.
Daarna kunnen we het eens gaan hebben over curve D.
Dat is de concentratie van de zoutzuuroplossing, waarbij zich in 1 liter oplossing 2 mol waterstofchloride bevindt.En wat bedoelen ze eigenlijk telkens met ".2mol/l"?
Kunt u mij helpen met die conclusies alstublieft?Marko schreef: Kwalitatief klopt dit wel ongeveer, maar kwantitatief niet. Er staat veel meer informatie in deze opgave, die niet, of niet goed is verwerkt. Bovendien is vraag A niet volledig beantwoord.
Kijk allereerst eens naar de grafieken van A en B, of naar de waardes in de tabel, en naar de "recepten". Wat valt op?
Wat voor conclusies zou je daar uit kunnen trekken?
Kijk ook goed naar de recepten en naar de feitelijke CO2-opbrengst. Ook daar kun je conclusies uit trekken, of, anders gezegd: je moet hier goed op letten als je vraag B beantwoordt / als je curve C intekent.
Daarna kunnen we het eens gaan hebben over curve D.
Inmiddels weet je dat mol/L staat voor een maat voor concentratie....Wat is de verhouding in concentratie zoutzuur (HCl) tussen exp A en exp B? Daarbij, wat is de verhouding in snelheid? Want bij vraag a moet je hierover nog iets zeggen......niet enkel lijntjes trekken.JenderOpa schreef: Kunt u mij helpen met die conclusies alstublieft?
JenderOpa schreef: Kunt u mij helpen met die conclusies alstublieft?