Ik snap een simpele grafiek aangaande excentriciteit van de aansluitende delen niet omdat ikzelf waarschijnlijk nog simpeler denk.
De lijn in het plaatje heeft de vergelijking K1=1+3e/t, waarbij ik aanneem dat K1 staat voor de factor voor levensduurvermindering onder invloed van excentriciteit of misalignment, e=excenticiteit en t=wanddikte. Wanneer er geen excentriciteit is de K-factor precies 1,0 en is er dus geen levensduurvermindering. Zodra excentriciteit optreedt en e > 0 dan begint de lijn te zakken. Wanneer de excentriciteit even groot is als de wanddikte schijnt de factor voor levensduurvermindering toch nog 0,2 te zijn (de las is nu een soort lapjoint geworden).
Maar hoe kan de lijn bij toenemende excentriciteit omlaag glooien, wanneer de ingevulde formule ervoor zorgt dat de K-factor altijd 1 is of groter?
Puzzels