Waarnemer A ziet de auto's bij de boost's krimpen zonder dat er iets aan het ruimtetijd-frame van waarnemer A zelf verandert. Dus bestaat er voor waarnemer A
zolang hij vanuit zijn eigen frame blijft redeneren ook geen
geometrische reden waarom die auto's bij de boost's zouden moeten krimpen. De enige zinnige verklaring die binnen het perspectief van waarnemer A gegeven kan worden is dan ook een niet-geometrische
fysische verklaring op basis van de veranderde richting en retardatie van de bindingskrachten in het materiaal van die gebooste auto's.
De overheersende invloed van modieuze voorstellingen en dogma's binnen de natuurkunde blijft voor mij een bron van verbazing.
