De rij F[n]:
f[n] geeft het aantal geordende sommaties met uitkomst n waarbij getal 1 verboden is:
Bijvoorbeeld: f[5] = 3:
3 + 2
2 + 3
5
De rij van F is:
f[1]=0, f[2]=1, f[3]=1, f[4]=2, f[5]=3, f[6]=5, f[7]=8, f[8]=13, ...
ofwel:
F = 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, ...
en deze rij is hetzelfde als de rij van Fibonacci:
Fib = 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, ...
De recursieve formules zijn:
f[n] = f[n-1] + f[n-2]
resp:
Fib[n] = Fib[n-1] + Fib[n-2]
Alleen start onze rij F met f[1]=0 en f[2]=1, en de rij van Fibonacci met Fib[0]=0 en Fib[1]=1
De rij G[n]:
De rij g[n] geeft het aantal geordende sommaties met uitkomst n waarbij alle getallen van 1 t/m n gebruikt mogen worden:
Bijvoorbeeld: g[5] = 16 (= 2^4):
1 + 1 + 1 + 1 + 1
2 + 1 + 1 + 1
1 + 2 + 1 + 1
3 + 1 + 1
1 + 1 + 2 + 1
2 + 2 + 1
1 + 3 + 1
4 + 1
1 + 1 + 1 + 2
2 + 1 + 2
1 + 2 + 2
3 + 2
1 + 1 + 3
2 + 3
1 + 4
5
De rij voor g[n] is:
G = 1, 2, 4, 8, 16, 32, 64, 128, 256, ...
De recursie hier is:
g[n] = 2*g[n-1]
met g[1]=1.
Elke waarde van g[n] is dus het dubbele van de vorige waarde, namelijk g[n-1].
Dit levert de formule
\(g[n] = 2^{n-1}\)
De rij van G is niet gelijk aan de rij van Fibonacci, de rij van Fibonacci kunnen we dan ook NIET met deze formule bepalen.
De rij A[n] (= de rij die we oorspronkelijk onderzocht hebben):
a[n] geeft het aantal geordende sommaties met uitkomst n waarbij getal 2 verboden is:
Bijvoorbeeld: a[5] = 7:
1 + 1 + 1 + 1 + 1
3 + 1 + 1
1 + 3 + 1
4 + 1
1 + 1 + 3
1 + 4
5
De rij van a[n] is:
A = 1, 1, 2, 4, 7, 12, 21, 37, 65, 114, 200, 351, 616,
met recursieve formule:
a[n] = 2a[n-1] - a[n-2] + a[n-3]
en beginwaarden a[1]=1, a[2]=1 en a[3]=2.
En deze rij komt overeen met de even elementen van de rij van Padovan: a[n] = P[2n-2]