Een El Cheapo multimetertje met een inwendige weerstand van 1 MΩ, in serie met een hoogspanningsweerstand van 10 GΩ, aangesloten op de elektroden van de Wimshurst machine. Alles van het metalen blad weggehouden met wat kunststof buismateriaal om het doorslaggevaar via die route te minimaliseren en de afstand tussen de kogels van de elektroden op 1 cm gezet, zodat de spanning in beginsel niet verder op kon lopen dan ruwweg 20.000 volt. De Leidse flessen waren afgeschakeld.
Zo zou ik dus het voltage van mijn Wimshurst machine moeten kunnen meten, dacht ik.
Het begon redelijk; het gemeten voltage liep na het starten van de machine netjes op: 0,1 V naar 2 V en toen sloegen de eerste vonken tussen de elektroden over, en was dat multimetertje direct zo dood als een pier.
Nadenkend over dit fenomeen vermoed ik dat ondanks dat er geen spoel o.i.d. in het circuit zit er toch voldoende zelfinductie is ontstaan door de plotselinge ontlading. Het amperage is immers in die paar microseconden van de vonkoverslag aanmerkelijk, en dat lijkt mij ondanks de lage zelfinductie van wat draadjes en de Wimshurstonderdelen zoveel spanning op te kunnen leveren dat het metertje dit niet overleefde.
Ziet iemand een meer plausibele verklaring?