Als V = {a, b, {c, d}} dan geldt
(A) c ∈ V (B) {c, d} ⊂ V (C) {a, b, c, d} ⊂ V
(D) {{c, d}} ⊂ V (E) {c} ∈ V
Volgens mij is D het juiste antwoord, maar ik snap niet waarom E fout is. Dus ik snap eerder de betekenis van een haakje binnen een haakje niet. Kan iemand mij hierbij helpen? Alvast bedankt.
Puzzels