Een gebrek aan leraren in het basisonderwijs is een probleem dat al jaren speelt, maar waar de laatste tijd nadrukkelijker aandacht voor is. Het wordt steeds lastiger om op scholen voldoende bevoegde leraren voor de klas te krijgen. Dit heeft een kettingreactie tot gevolg. Grotere klassen, meer druk op de leraren en soms zelfs kinderen die naar huis moeten worden gestuurd, omdat er geen leerkracht beschikbaar is die les kan geven.
Voor ouders is het vervelend dat hun kind elke paar weken een andere invaller voor de klas heeft of dat de kleuterklas te groot en te vol is. Met name schoolbestuurders en leraren die blijven, wordt met deze situatie steeds meer werk op de schouders geschoven, extra uren gevraagd en wordt hen wederom een deel van de tijd voor de klas ontnomen. En voor de kinderen? Zij zijn uiteindelijk de grootste dupe. Zij missen de continuïteit en stabiliteit die zo belangrijk zijn om goed te kunnen leren.
Op dit moment kampt het basisonderwijs in Nederland met ruim 7700 fte's lerarentekort (PO-Raad). Vooral in de grote steden is het lastig om de vacatures te vullen, maar ook in de kleinere gemeenten is het steeds lastiger voor de scholen om leerkrachten te vinden. Naar verwachting zal het aantal vacatures voor de schoolklassen eerder groter worden dan kleiner als er niet snel iets verandert. Steeds meer van hen kiezen ervoor om minder uren per week les te geven of zelfs te stoppen met lesgeven, omdat de druk te groot is. Zonder dat er goede oplossingen worden aangedragen, blijft het een zichzelf versterkende cyclus, waarbij het tekort oploopt als meer leraren het onderwijs verlaten.
Waarom kiezen minder mensen voor het onderwijs?
Er zijn een aantal redenen waarom het leraarschap steeds minder in trek is. Eén van die redenen is de vergrijzing. Veel ervaren leraren gaan met pensioen en er zijn niet genoeg pas afgestudeerden om hun plekken in te nemen. Lerarenopleidingen trekken minder studenten aan dan nodig is, deels omdat het beroep lijkt voor veel jongeren minder aantrekkelijk dan werken in de sectoren waar ze met een hbo- of wo-diploma aan de slag kunnen.
Daarnaast speelt werkdruk een grote rol. Leraren besteden niet alleen hun tijd aan lesgeven, maar krijgen ook te maken met een enorme berg administratie, vergaderingen en extra taken. Er zijn steeds meer leerlingen met speciale behoeften en te weinig ondersteuning om hen goed te begeleiden. Veel leerkrachten werken structureel over en moeten in hun vrije tijd nog nakijken of lessen voorbereiden.
Ook het salaris is de laatste tijd verbeterd en staat nu op een redelijk niveau als je het vergelijkt met andere hbo-functies. Waar het eigenlijk om draait is dat er weinig doorgroeimogelijkheden mogelijk zijn binnen het onderwijs. Veel leraren merken dat er weinig kans is om verder te komen in hun carrière zonder de klas te verlaten. Voor wie wil doorgroeien of wil verdienen, lijkt het wel alsof men door moet stromen naar een managementfunctie of een andere rol buiten het onderwijs. Dit betekent dat een aantal leraren hierdoor na een tijdje af zullen haken of gaan kijken naar kansen buiten het onderwijs waar wél groei zit. In onze nieuwe blog over doorgroeimogelijkheden binnen het onderwijs bespreekt Mick Waajen diverse opties voor leerkrachten die hun carrière willen ontwikkelen zonder de klas te verlaten.
Wat kunnen we doen om het tekort op te lossen?
Er is geen pasklare oplossing, maar er zijn wel manieren om de trend te keren. Een van de belangrijke oplossingen is om van de lerarenopleiding weer net zo’n aantrekkelijke opleiding te maken, als dat deze opleiding vroeger was. Bijvoorbeeld door het collegegeld voor pabo-studenten te verlagen of door startbonussen voor startende docenten te regelen, kun je jongeren enthousiast maken voor het leraarsvak.
Daarnaast is zij-instroom een kans. Mensen uit andere sectoren die de overstap willen maken, brengen vaak waardevolle ervaring mee. Maar als zij-instromers zich niet goed begeleid voelen of meteen in het diepe worden gegooid, is de kans groot dat ze na een paar jaar weer vertrekken. Goede coaching en een realistisch instroomtraject zijn daarom cruciaal.
Ook de arbeidsvoorwaarden moeten verbeteren. Leraren verdienen een eerlijk loon en minder werkdruk, zodat zij zich kunnen richten op hun vak. Er moet meer ondersteuning komen in de vorm van onderwijsassistenten en specialisten, zodat leraren niet alles alleen hoeven te doen.
Tot slot moeten we het onderwijs anders organiseren. Kleinere klassen, flexibelere roosters en minder administratieve lasten kunnen helpen om het beroep aantrekkelijker te maken. Er zijn scholen die hier al mee experimenteren en positieve resultaten zien, maar dit moet breder worden uitgerold.
Hoe kan Tip onderwijs helpen?
Voor scholen die worstelen met het vinden van personeel, biedt Tip onderwijs ondersteuning. We verbinden scholen met bevoegde leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel, zowel voor tijdelijke als vaste aanstellingen.
Onze werkwijze is simpel: we zorgen voor de juiste match en ondersteunen zowel de school als de onderwijsprofessional tijdens de samenwerking. We werken met een groot landelijk netwerk, waardoor we snel de juiste persoon kunnen vinden voor openstaande vacatures. Daarnaast zetten we ons in om de instroom en doorstroom van onderwijsprofessionals te verbeteren, door te focussen op zij-instromers, herintreders en leerkrachten die toe zijn aan een nieuwe uitdaging.
Wat ons onderscheidt, is dat we werken zonder hoge overnamesommen of verborgen kosten. Na gemiddeld een jaar kunnen scholen een onderwijsprofessional kosteloos in dienst nemen. Zo bouwen we samen aan een stabiele en duurzame oplossing voor het lerarentekort.
Samen werken aan beter onderwijs
Het wordt steeds moeilijker voor scholen om voldoende leraren te vinden. Toch kunnen we het lerarentekort stoppen. Met sterke inzet op meer instroom, betere werkomstandigheden en slim onderwijs.
Puzzels