VWO 95-96 ronde 2 vraag 28.
Drie punten in R³ liggen niet op een rechte. Hoeveel verschillende rechten bestaan er waarvoor geldt dat de drie punten op dezelfde afstand liggen van die rechte?
(A) 1 (B) 3 (C) 4 (D) 6 (E) oneindig veel
Er is er al zeker 1: de loodlijn op het vlak door de drie punten die door het middelpunt van hun omgeschreven cirkel gaat.
Als er nog meerdere zijn, dan is dat aantal deelbaar door 3 wegens symmetrie. Dus enkel A, C en E zijn mogelijk.
Als we een rechte spiegelen om het vlak door de drie punten, dan voldoet die ook. Het aantal is dus oneven, blijft nog over A en E. Intuïtief zeg ik E: oneindig veel, want dat lijkt er toch op na wat schetsen te maken.
Klopt dat?
Puzzels