Voor alle positieve \epsilon, hoe klein dan ook, moet er een P te vinden zijn, zodanig dat voor alle x > P de afstand van f(x) tot b kleiner is dan \epsilon:
| f(x) - b | < \epsilon
Let op: \epsilon mag niet nul zijn, want een afstand kan nooit kleiner dan nul zijn.
Voorbeeld:
f(x) = 1 + \frac{2}{x}
Als x naar oneindig gaat, dan gaat de breuk \frac{2}{x} naar nul en f(x) naar 1.
Dus de limiet b = 1.
We moeten via de definitie nu gaan aantonen dat voor alle positieve \epsilon, hoe klein dan ook,
er een P te vinden is, zodanig dat voor alle x > P geldt:
| f(x) - 1 | < \epsilon
Dus de vraag is: voor welke waarden van x geldt dit?
We kijken voor x naar oneindig, dus we mogen stellen x > 0.
Omdat voor x > 0 geldt dat \frac{2}{x} > 0 is f(x) = 1 + \frac{2}{x} > 1
Dat betekent dat voor x > 0 geldt dat f(x)-1 > 0 en we de absoluut strepen kunnen weglaten:
er moet gelden:
f(x) - 1 < \epsilon
ofwel:
1 + \frac{2}{x} - 1 < \epsilon
\frac{2}{x} < \epsilon
x > \frac{2}{\epsilon}
Dus voor alle x > \frac{2}{\epsilon} geldt dat | f(x) - 1 | < \epsilon.
Als we nu P gelijk stellen aan \frac{2}{\epsilon} zijn we klaar met ons bewijs.
We hebben nu aangetoond:
voor alle positieve \epsilon, hoe klein dan ook, bestaat er een P = \frac{2}{\epsilon}, zodanig dat voor alle x > P de afstand van f(x) tot 1 kleiner is dan \epsilon:
| f(x) - 1 | < \epsilon
Neem bijvoorbeeld \epsilon = 2, dan krijgen we dit plaatje:
De blauwe kromme is f(x): y = 1 + 2/x
De groene lijn is y = b = 1
De rode lijnen zijn
y = b + \epsilon = 1 + 2 = 3
en
y = b - \epsilon = 1 - 2 = -1
De punten op deze 2 rode lijnen hebben een afstand van precies \epsilon = 2 tot b.
De punten tussen deze 2 rode lijnen (lichtrood) hebben een afstand kleiner dan 2 tot b.
Neem P = \frac{2}{\epsilon} = 1, dan ligt de grafiek van f(x) voor x > P, dus x > 1 volledig in het lichtrode gebied:
voor alle x > 1 geldt: | f(x) - 1 | < 2
Voor \epsilon = 2 hebben we nu dus een P gevonden, namelijk: P = 1
(Merk op: elke grotere waarde voor P, bv P=6, voldoet ook, maar het gaat er om dat we ten minste 1 waarde voor P hebben kunnen vinden).
Nu kunnen we hetzelfde doen voor een kleinere \epsilon > 0, bijvoorbeeld \epsilon = 1:
P = \frac{2}{1} = 2
Voor alle x > 2 is | f(x) - 1 | < 1
ofwel:
Voor alle x > 2 ligt de grafiek van f(x) in het lichtrode gebied.
En hetzelfde voor nog kleinere \epsilon > 0, bijvoorbeeld \epsilon = \frac{1}{2}:
P = \frac{2}{1/2} = 4
Voor alle x > 4 is | f(x) - 1 | < \frac{1}{2}
Enzovoorts voor alle steeds kleinere positieve \epsilon
Wordt het hiermee wat duidelijker?