Ik kocht onlangs op de vrijmarkt een kleine xylofoon voor mijn kleindochter.
Het viel me op dat de tonen onderling klopten en ze bleken te matchen met de piano.
Bij een "gelijkzwevende" stemming neem de frequentie per halve noot toe met een factor 1,05946309; dat is de 12e machtswortel van 2, zodat bij een octaaf de frequentie precies is verdubbeld.
Bij een gitaar zie je dat terug in de resterende snaarlengte bij de opvolgende fretten.
Bij deze xylofoon is het verschil in lengte van de trilstaafjes een geheel andere factor:
een octaaf hoger is niet een factor 2 kleiner, maar slechts 1,42
De staafjes zijn even dik en breed. Hoe zit dat?
Puzzels