HansH schreef: ↑di 09 sep 2025, 08:27
Die 2 filmpje had ik ooit al bekeken jaren terug, maar wist dat niet meer. 2e filmpje geeft inderdaad de basis voor versnelling en tijdsdilatatie. alleen nu nog hoe dat om te zetten naar een berekening voor mijn voorbeeld met stilstaande waarnemer en 2 centrifuges en het originele starter bericht van regor.
Nee, zo werkt dat niet. Het is een populair wetenschappelijk filmpje over het equivalentieprincipe, wat eerlijk gezegd de 'Clock Hypothesis' eigenlijk wat lijkt tegen te spreken, tenminste ik me voorstellen dat dit zo lijkt. En dat zegt juist immers, in essentie, dat er geen verband is tussen versnelling en tijddilatatie, dat versnelling niet zorgt voor tijddilatatie.
Vollediger is; het 'clock postulate' zegt: de eigentijd van een wereldlijn is de integraal
\(\tau = \int \sqrt{1 - \frac{v(t)^2}{c^2}}\, dt,\)
dus bepaald door de lengte van de wereldlijn in de Minkowski-ruimte. Of er onderweg versnelling optreedt, doet niets af aan die formule. Het kan de vorm van de wereldlijn veranderen, maar niet de manier waarop je de eigentijd berekent.
En daarmee volgt dus dat versnelling zelf geen tijddilatatie veroorzaakt, alleen het pad (de wereldlijn) dat door snelheid wordt bepaald.
Dus kun je daarmee nooit naar een berekening over eigentijd van wereldlijnen oid toewerken.
Verder, excuse me, maar probeer ik even te volgen waar het nu heen gaat in dit topic, wat kennelijk begon met:
Stel de klok op het aard oppervlak tikt als "X" .........de klok in de gravitatieloze ruimte tikt als "Y" ?
1. Wat is de relatie tussen "X" en "Y" ?
2. Is de waarde "Y" dan een soort kosmologische tijdverloop - constante ?
1. Gravitationele tijddilatatie.
2. Nou, nee. Het is simpelweg eigentijd. Als je een soort universele tijdsverloop of klok zou moten kiezen, zou je kunnen zeggen cosmic time/comoving time. Zoals eerder gezegd. Het dient als een universele tijdsparameter voor de geschiedenis van het heelal, waardoor consistente berekeningen van gebeurtenissen zoals de oerknal, baryogenese en nucleosynthese mogelijk zijn.
Dit is wat het dichtst in de buurt komt van een klok in een vlakke ruimtetijd of met de universele jlok uit Newtons tijd.
Dark energie veroorzaakt blijkbaar de toename van de ruimte ......waarom gebeurt de toename van de ruimte niet door de waarde van "Y" ?
Bij de uitdijing van het heelal is er enkel sprake van kromming mbt ruimtelijke componenten. De waarde van "Y" wordt dus bepaald door een lokaal zwaartekrachtsveld, niet de kromming, uitdijing, van het gehele heelal. Met donkere energie of niet.
(Al is er wel sprake van gravitationele tijddilatatie en daardoor bijvoorbeeld kosmologische roodverschuiving, zoals o.a. uitgelegd wordt in Weinberg, S. (1972) Gravitation and Cosmology, Principles and Applications of the General Theory of Relativity. Maar meestal wordt dit zo niet behandeld, is niet conventioneel.)
Uhrr. (Reading.)
Nou ja, iig als twee wereldlijnen geen gemeenschappelijke gebeurtenissen hebben, is er geen objectief moment om hun klokken “naast elkaar te leggen”.
Eigentijd is altijd lokaal: een klok tikt gewoon zijn eigen seconden langs zijn eigen wereldlijn.
(Coördinatietijd daarentegen is een gekozen tijdsparameter in een specifiek referentiestelsel die het mogelijk maakt gebeurtenissen op afstand te vergelijken. Als twee klokken geen gezamenlijke gebeurtenissen hebben, is een vergelijking van hun eigentijd via coördinatietijd arbitrair, het resultaat hangt volledig af van welk coördinatenstelsel je kiest. Het verschil is dus niet fysiek, maar conventioneel.)
Pas wanneer je twee klokken samenkomen (zoals bij het tweelingsparadox) kun je de totale eigentijd vergelijken.
Je kunt alleen via een gekozen coördinatenstelsel een soort fictieve vergelijking maken, maar dat is conventie, geen fysisch verschil.
En dus is er idd ook geen natuurlijke manier om een “halverwege”-moment in tijd van een Schwartzschild-ruimte te definiëren.
Oftewel, op de vraag ‘wat is X/Y (als ze op afstand starten en stoppen)?’ is zonder extra conventie of samenkomst geen objectief antwoord mogelijk; PP’s opmerking over ‘halverwege bepalen’ illustreert precies waarom: in gekromde ruimtetijd is een halverwege-locatie geen fysiek invariant begrip.