Ja, dit is verwarrend.
En dit:
HansH schreef: ↑ma 17 nov 2025, 01:00
Het licht volgt niet precies het equivalentieprincipe, omdat je vanwege de lichtsnelheid nog een effect krijgt wat zich dan manifesteert als 2x zo grote afbuiging tov wat je alleen met het equivalentie principe krijgt.
Slaat nergens op.
Er is maar 1 effect voor daadwerkelijke afbuiging van licht (en dus voor gravitational lensing) en dat is de kromming van ruimtetijd.
Wat via het equivalentieprincipe exact dezelfde waarde geeft, alleen is het dan gaan echte afbuiging in zover een nulgeodeet überhaupt echt "afgebogen" wordt.
Je kunt dit vervolgens wel opdelen in componenten, zoals Einstein tijdens de ontwikkeling van de theorie deed.
En dan kun je de voor jou "beruchte factor 2" begrijpen.
Maar voor mensen die dit lezen is het totaal onduidelijk wat je bedoeld.
En voor jezelf ook gezien het gequoteerde. Waarschijnlijk bedoel je een afbuiging tov een Newtoniaanse berekening. Of het verschil in Einstein 1911 (waarbij hij enkel nog wat we nu gravitationele tijddilatatie gebruikte) en Einstein 1915 waarbij hij ook een ruimtelijk component ("ruimte-kromming" zeg maar) gebruikte, die exact evenveel meetelt in het zwakke-veld limiet. Enkel bij licht is dat zo.l, omdat alleen voor licht (of ultrarelativistische deeltjes) die "ruimtekromming" evenveel als de gravitationele tijddilatatie meeteld in de baanafbuiging oftewel de val richtingde zon in dit geval. Voor traag bewegende materie is dat "ruimtekrommingseffect" verwaarloosbaar, dus geen factor 2.
Bij trager lopende tijd voor licht op afstand, rond de zon (1911) gebruikte Einstein puur Newtoniaanse concepten, het Huygens principe en het equivalentieprincipe.
Dus is het logisch dat één of andere Newtoniaanse berekening op ongeveer hetzelfde uitkomt, 0,87".
Maar iig gaat een gyroscoop deze verwarring niet oplossen.