vijv schreef: ↑za 06 dec 2025, 17:29
Graag had ik graag jullie commentaren en suggesties op dit werkstuk gekregen.
Tensoren zijn echt niet zo moeilijk, zeker puur wiskundig niet. Alleen de fysische betekenis van de geometrische tensoren in GR kan lastig zijn.
Maar mijn suggestie:
Ik zou beginnen met de meest simpele; de metrische tensor van vlakke ruimtetijd. Eerst in matrixvorm (via matrixvermenigvuldiging eventueel), zoals:
\(
\Delta s^2 = \Delta x^\mu \, \eta_{\mu\nu} \, \Delta x^\nu
\)
\(=
\begin{pmatrix}
c \Delta t & \Delta x & \Delta y & \Delta z \end{pmatrix}
\begin{pmatrix}
-1 & 0 & 0 & 0 \\
0 & 1 & 0 & 0 \\
0 & 0 & 1 & 0 \\
0 & 0 & 0 & 1
\end{pmatrix}
\begin{pmatrix}
c \Delta t \\ \Delta x \\ \Delta y \\ \Delta z \end{pmatrix}
\)
De rij- en kolom vectoren zijn
displacement fourvectors:
\( \Delta x^\mu = \begin{pmatrix} c \Delta t \ \Delta x \ \Delta y \ \Delta z \end{pmatrix} \)
(en
\( dx^\mu = \begin{pmatrix} c dt \ dx \ dy \ dz \end{pmatrix} \) voor ruimtetijden van ART (van EFE (Einstein Field equations) oplossing), wat een kleine stap is)
De differentiaalcoördinaten zelf,
\( x^\mu = (ct, x, y, z) \), dus geen
\(d\) of
\(\Delta\), dat zijn positie-viervectoren.
Uitgewerkt als ruimtetijdinterval
\(ds^2\):
\( \Delta s^2 = \Delta c^2 \Delta t^2 + \Delta x^2 + \Delta y^2 +\Delta z^2 \)
Het ruimtetijd-interval is in het kwadraat omdat we een bilineaire vorm schrijven; elk coördinaatverschil wordt met zichzelf of een ander gecombineerd via de metriek:
\(ds^2 = g_{\mu\nu} dx^\mu dx^\nu \)
In de ART bij alle oplossingen van de EFE geldt eigenlijk precies hetzelfde en worden in bolcoördinaten plus tijd geschreven.
Voor de Schwarzschild-oplossing bijvoorbeeld in Schwarzschild-coördinaten chart:
Die metrische tensor is als matrix of meteen maar matrix-rekenen voor het interval:
\(ds^2 = dx^\mu, g_{\mu\nu}, dx^\nu\)
\(= \begin{pmatrix} c,dt & dr & d\theta & d\phi \end{pmatrix}
\begin{pmatrix}
-(1-\tfrac{2GM}{r}) & 0 & 0 & 0 \\
0 & (1-\tfrac{2GM}{r})^{-1} & 0 & 0 \\
0 & 0 & r^2 & 0 \\
0 & 0 & 0 & r^2\sin^2\theta \end{pmatrix}
\begin{pmatrix}
c,dt \ dr \ d\theta \ d\phi \end{pmatrix} \)
\((=-(1-\tfrac{2GM}{r}),c^2 dt^2 + (1-\tfrac{2GM}{r})^{-1} dr^2 + r^2 d\theta^2 + r^2\sin^2\theta, d\phi^2) \)
Het infinitesimaal kleine ruimtetijdinterval
\(ds^2\)(het lijn-element):
\( ds^2 = -(1 - \frac{2GM}{r}) c^2 dt^2 + (1 - \frac{2GM}{r})^{-1} dr^2 + r^2 d\theta^2 + r^2 \sin^2\theta d\phi^2 \)
Voor misschien wat intuïtie voor de fysica ervan:
Maakt de metrische tensor overzichtelijker dan omslachtige matrixen (en vervelende
\( [@tex]bloody [@/itex]\)
gedoe). Maar het is gewoon wiskundetaal leren lezen.
\( ds^2 \) is dus gewoon een infinitesimaal kleine ruimtetijdinterval die de metriek evengoed laat zien. Het beschrijft een ruimtetijd via een bepaald coördinatenstelsel. Veel duidelijker dan omslachtige matrixen en veel compacter: je zult de meeste dan ook niet gauw vinden uitgeschreven als een matrix.
En het is telkens in bolcoördinaten en tijd maal een bepaalde factor (en vaak kruistermen, zie onderaan). Bij vlakke ruimtetijd zijn deze allemaal 1 of 0 (voor
\(c=1\)), wat je nog eenvoudig in een ruimtetijddiagram kunt weergeven als een “kaart”. (Totaal anders dan de kosmische achtergrondstraling via ovalen in kaart brengen

. )
Zo zou je de metrische tensor kunnen zien: als de "verschaling" om een ruimtetijd in kaart te brengen (Rindler chart, Schwarzschild chart etc.) Telkens heb je een factor voor
\(t\),
\(r\),
\(\theta\) en
\(\phi\) in de termen van het lijn-element.
Ik vertelde op dit forum eens dat in de gemeenschap een zwaartekrachtsveld en een ruimtetijd als hetzelfde gezien worden, hetzelfde is in ART.
Veel beginners denken, wel begrijpelijk, dat de metriek “het zwaartekrachtsveld” is, maar dat is niet juist.
De metrische tensor is een wiskundig object, geen natuurkundig bestaand iets. Wat fysisch is, is de ruimtetijd (de manifold + geometrische structuur).
Als de metriek een zwaartekrachtveld voorstelt, kan hetzelfde zwaartekrachtsveld via verschillende zwaartekrachtsvelden worden beschreven, dat slaat nergens op.
Waarom? Omdat bijvoorbeeld de Schwarzschild-oplossing (Schwarzschild-ruimtetijd) via de metriek in verschillende coördinatenstelsels in kaart wordt gebracht, zoals Gullstrand–Painlevé coördinaten (mischien ken je het van het populaire “river of waterfall model of general relativity” analogie).
En zo kun je de Schwarzschild-ruimte in verschillende coördinatensystemen bekijken, net als vlakke ruimte via hyperbolische of Euclidische geometrie.
Zoals dus die Gullstrand–Painlevé metriek van de Schwarzschild-oplossing:
\( ds^2 = -(1 - \frac{2GM}{r}) dt^2 + 2 \sqrt{\frac{2GM}{r}} dt dr + dr^2 + r^2 (d\theta^2 + \sin^2\theta d\phi^2) \)
En in "matrix-notatie":
\( g_{\mu\nu} =
\begin{pmatrix}
-(1 - \frac{2GM}{r}) & \sqrt{\frac{2GM}{r}} & 0 & 0 \\
\sqrt{\frac{2GM}{r}} & 1 & 0 & 0 \\
0 & 0 & r^2 & 0 \\
0 & 0 & 0 & r^2 \sin^2\theta \end{pmatrix} \)
Je ziet dat hier niet alleen de vier diagonale termen overeenkomen met bolcoördinaten en tijd, maar ook één kruisterm (niet twee vanwege symmetrie).
Beide keren zie je dat je de tensor
\( ds^2 = g_{\mu\nu} dx^\mu dx^\nu \)
gebruikt, met covariante vectoren en contravariante vectoren, waar flappelap geloof ik een link over gaf wat veel handiger is dan zo'n verhaal, maar ok.
Kerr:
En zo voor elke oplossing die je wilt weten: hetzelfde principe.
Het Christoffelsymbool en alle 40 onafhankelijke componenten zijn hierbij inbegrepen, maar dat kun je later doen; wat m.i. niet zo belangrijk is in het begin, maar afhankelijk van hoever je ART al begrijpt.
En als je dat eenmaal helder hebt, volgen dingen als Christoffels, Ricci, Riemann en tenslotte de Einstein-tensor eigenlijk vanzelf wel uit de gekozen metriek, het zijn allemaal afgeleiden van hetzelfde object.
(De energie-impulstensor is uiteraard de meest eenvoudige en het minst abstract.)
Misschien of waarschijnlijk wat overdreven veel uitleg en lang. Maar ik was toevallig toch bezig hierover het e.e.a. voor iemand aan het uitschrijven.
Iig veel succes!
Uit mijn vraag in een ander topic over tensoren…
Ook omdat dat me inderdaad al opviel: hetzelfde onderwerp komt in meerdere draadjes terug en daardoor wordt het snel een mix van uitlegstijlen. Dat is niet ideaal als je de structuur van je eigen tekst probeert te bewaken.
Een zelfstudie ART is prima te doen, maar het werkt het best als je één lijn volgt (een boek, een cursus, of een eigen tekst). Een forum is handig als aanvulling, maar met veel verschillende deelnemers en zijsporen krijg je makkelijk een soort ‘forum-studie’ in plaats van een zelfstudie, en dat helpt de overzichtelijkheid niet.
Je aanpak om het zelf uit te schrijven is dus goed. Dan hou je de rode draad zelf vast en kun je gericht vragen stellen waar je echt vastloopt.
(En iig alvast fijne feestdagen mensen van sciencetalk.nl mocht ik niet meer reageren of iets posten deze maand.)