HansH schreef: ↑zo 11 jan 2026, 15:07
flappelap schreef: ↑zo 11 jan 2026, 14:24
Zo benader ik wiskunde ook. Dat moet ook wel als je b.v. QFT wilt leren, omdat je anders nauwelijks fysisch interessante zaken kunt gaan toepassen. Dit geldt in mindere mate ook al voor QM (neem b.v. maar eens het spoor van Heisenbergs onzekerheidsrelatie [x,p]=ih toegepast op een golffunctie, wat naïef "0=oo" impliceert, of als je functies als basis neemt die niet in je Hilbertruimte liggen, zoals bij de positie-operator).
Ik snap die afkeer die sommigen hebben van Zee dan ook niet.
Dat was toch duidelijk toegelicht dacht ik. als je zegt:
'A tensor is something that transforms like a tensor'
en je weet niets van tensoren dan is het enige wat je met zo'n opmerking kunt in je achterhoofd een link leggen tussen tensors en transformatie als blijkbaar een van de belangrijke eigenschappen. Maar dan heb je wel de klok horen luiden maar nog steeds geen enkel idee waar de klepel hangt.
Nee, dan moet je even verder lezen in het boek. Het is niet alsof hij alleen met deze tautologie komt. Dat lijkt me nogal wiedes.
Wat Zee met die uitspraak wil zeggen is dat studenten vaak nogal moeite hebben met het begrip "tensor", terwijl uiteindelijk de transformatie-eigenschap het allerbelangrijkste is, omdat je dat in de context van (zeg) de relativiteitstheorie het meest gebruikt. En die transformatie-eigenschap is niet zo ingewikkeld (want lineair). Wat didactisch mis kan gaan als je nadruk legt op die transformatie-eigenschappen is dat studenten niet waarderen dat tensoren an sich coördinaatonafhankelijk zijn; ik kan me zelf ook nog helder voor de geest halen toen ik voor het eerst bij Carroll las dat "vectoren niet veranderen onder coördinatentransformaties"; dat vond ik bizar, omdat ik de componenten van de vector gelijkstelde aan de vector zelf. Maar toen was ik ook nog een naïeve bachelorstudent
In de klassieke mechanica, elektromagnetisme of kwantummechanica kom je b.v. ook al vrij snel het idee van een Dirac delta "functie" tegen: een ding wat oppervlakte 1 heeft en overal 0 is op één enkel punt na. Je kunt natuurlijk uitgebreid stilstaan bij het feit dat dit eigenlijk een "gegeneraliseerde functie/distributie" is of een functionaal, maar de meeste tekstboeken die introducties aanbieden maken door hooguit een voetnoot van en benadrukken de rekeneigenschappen van zo'n distributie. Je kunt daar later altijd nog op terugkomen als je de nitty gritty details wilt. Maar nogmaals, dat maakt fundamentele natuurkunde ook lastig: als je elk stuk wiskunde volledig formeel wilt doorgronden, dan kom je in veel gevallen bijna niet tot fysische toepassingen en ben je eerst 5 jaar alleen maar wiskunde aan het bestuderen voordat je eens iets fysisch simpels kunt doorrekenen. Dat wordt vooral duidelijk als je de ambitie hebt om kwantumveldentheorie te gaan bestuderen. Zoek b.v. maar eens op hoe je padintegraalquantisatie uitvoert met (niet-)Abelse ijkvelden. Ik heb me daar persoonlijk ook nooit comfortabel bij gevoeld, omdat ik voor mijn gevoel ook niet echt doorgrond waarom dat soort technieken allemaal toegestaan zijn.
Deze discussie geldt trouwens ook voor analyse op de middelbare school: ik denk dat maar weinig scholieren vanuit de definitie van een afgeleide leren differentiëren, of vanuit de definitie van een Riemannsom leren integreren. Die abstracte definities worden vooral interessant als je eerst een conceptueel begrip van de procedure hebt en wat eenvoudige rekentechnieken hebt geleerd. En dat is toch vaak pas op een universiteit. Maar goed, da's een stukje vakdidactiek
