Ik probeer antideeltjes wat beter te doorgronden.
In de gewone, niet-relativistische kwantummechanica worden deeltjes beschreven door een golffunctie en bestaan antideeltjes nog niet als apart concept. Die theorie is bedoeld voor lage snelheden en houdt geen rekening met de speciale relativiteitstheorie. Daarom komt het idee van antideeltjes daar eenvoudigweg niet in voor.
Zodra men kwantummechanica combineert met de speciale relativiteitstheorie, verandert de situatie. Relativistische bewegingsvergelijkingen, zoals de Klein–Gordon-vergelijking en vooral de Dirac-vergelijking, beschrijven deeltjes op een manier die verenigbaar is met de relativiteit. Deze vergelijkingen hebben altijd twee soorten oplossingen: oplossingen met positieve energie en oplossingen met negatieve energie. Dat is geen keuze, maar een wiskundige consequentie van het relativistische verband tussen energie, impuls en massa.
Negatieve energie vormt echter een fysisch probleem. Als zulke toestanden letterlijk zouden bestaan, zou een deeltje steeds verder kunnen overgaan naar toestanden met lagere en lagere energie. Er zou dan geen laagste energietoestand bestaan en de natuur zou instabiel zijn. Atomen, materie en zelfs het vacuüm zouden niet kunnen bestaan. Daarom kan negatieve energie niet direct als een echte, meetbare toestand worden geïnterpreteerd.
Wat die laatste paragraaf betreft, ik kan daar wel inkomen. Maar is er ergens een fundamenteel principe waaraan ik dat kan linken? Is dat thermodynamica?
Puzzels